Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Ambtenarenrecht

Gemeente mocht weigerambtenaar ontslaan

Centrale Raad van Beroep bekrachtigt uitspraak rechtbank

In oktober 2013 schreef ik op deze plek over het ontslag van een weigerambtenaar. De gemeente Den Haag had een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand ontslagen omdat deze weigerde huwelijken tussen personen van gelijk geslacht te sluiten; dat was in strijd met het beleid van de gemeente om actief discriminatie tegen te gaan en om de gemeenteambtenaren daarin een voorbeeldfunctie te laten hebben. De betreffende ambtenaar ging in hoger beroep tegen die uitspraak. Vandaag heeft de hoogste rechter in ambtenarenzaken, de Centrale Raad van Beroep, in dat hoger beroep uitspraak gedaan; de uitspraak van de rechtbank Den Haag is bekrachtigd, en het oordeel blijft dus dat het ontslag terecht is gegeven.

De uitspraak van de rechtbank was destijds vrij uitvoerig gemotiveerd. De Centrale Raad is een stuk korter; het voornaamste aspect waar de Centrale Raad op in gaat betreft de vraag of het relevant is dat het beleid van de gemeente dat tot het ontslag leidde dateert van vóór of na aanstelling van de ambtenaar. De rechtbank omzeilde dit punt nog wat; de Centrale Raad gaat er direct op in, en stelt dat die vraag niet relevant is. De ambtenaar is ontslagen op “overige gronden” (de zogenaamde restgrond bij ambtelijk ontslag, gebruikt voor onwerkbare situaties), en daarbij mag – zo zegt de Centrale Raad – de overheid een standpunt innemen over een situatie die zich op enig moment voordoet. De onwerkbare situatie hoeft niet het gevolg te zijn van gevoerd beleid, om toch tot een ontslag te mogen leiden. De rechtbank had overwogen dat het aan de ambtenaar was om voldoende informatie over de functie in te winnen en zelf vast te stellen of die functie zou botsen met zijn overtuigingen. Zonder dit met zoveel woorden te zeggen sluit de Centrale Raad zich daarbij dus aan, waarbij het de “schuldvraag” (hoe kwam het dat een ambtenaar wordt aangesteld in een functie en een beleid dat niet bij hem aansluit) volgens de Centrale Raad onbesproken kan blijven. Doet een onwerkbare situatie zich voor, dan is dát waar de overheid op moet reageren.

Dat de Centrale Raad zijn motivering kort houdt betekent uiteraard niet dat het een eenvoudige kwestie is. Het is namelijk niet alleen maar een kwestie van bescherming tegen discriminatie van homoseksuelen; door de verplichting zich aan het beleid te conformeren wordt de vrijheid van godsdienst van de ambtenaar uiteraard beperkt. Die twee grondrechten botsen, en dat is altijd een ingewikkelde kwestie. De Centrale Raad verwijst voor dit onderdeel naar een belangrijke uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens uit 2013, waarin die botsing uitgebreid aan de orde komt, zowel voor in de instructie om op het werk geen zichtbare uitingen van religie te dragen, als voor de kwestie van weigerambtenaren. Over dit laatste punt overweegt het Europese Hof dat het beleid (dat ambtenaren alle huwelijken moeten sluiten) inderdaad inbreuk maakt op de godsdienstvrijheid van de bezwaarde ambtenaar, maar dat die inbreuk gerechtvaardigd is: zonder het beleid zou de uitvoering van het (gerechtvaardigde) beleid tot het tegengaan van discriminatie van homoseksuelen niet mogelijk zijn, en overheden hebben, zoals het Hof overweegt, een “wide margin of appreciation” waar het gaat om het afwegen van belangen. De Centrale Raad geeft aan dat hij deze uitspraak volgt, en die bovendien ook juist acht.

Ontslagzaken blijven altijd individuele kwesties. De uitspraak van de Centrale Raad betekent niet dat elke weigerambtenaar direct zal kunnen worden ontslagen, met name niet als andere oplossingen – overplaatsing naar een niet-publieke functie – mogelijk zijn. Met de uitspraak van de Centrale Raad staat wél vast dat een verweer tegen zo’n ontslag met een beroep op de vrijheid van godsdienst geen kans zal maken, als tenminste de betreffende gemeente een actief beleid voert tegen discriminatie op grond van seksuele gerichtheid. Verrassend is dat niet, gezien de eerdere (Europese) rechtspraak, belangrijk wel.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Arco’s recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten