Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Financiering en zekerheden
Adiba Bouichi, 20/01/2017

Wie is eigenaar van afval?

Een werknemer ontdekt bij het afval EUR 15.100,- verstopt in een printer. Hij doet aangifte van zijn vondst bij de gemeente. Verkrijgt hij één jaar na de aangifte de eigendom? Zijn werkgever, een afvalverwerkingsbedrijf, meent van niet.

In hoger beroep is de vraag aan de orde of de werkgever als vinder in de zin van artikel 5:6 lid 1 BW dient te worden aangemerkt, nu de werknemer tijdens werkzaamheden in opdracht van de werkgever de vondst deed en één jaar na de aangifte eigenaar wordt. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat in elk geval niet de werknemer één jaar na de aangifte eigenaar wordt. Het hof acht voor de beoordeling wie als vinder moet worden geantwoord van belang de aard van het bedrijf waarin en waarvoor de werkzaamheden werden verricht alsmede de aard van de werkzaamheden zelf en de omgeving waarin die werden verricht. Op basis daarvan oordeelt het hof dat de werkgever de vinder is. Vervolgens komt het hof tot een opmerkelijke beslissing. Het hof beslist dat de werkgever als vinder niet één jaar na de aangifte eigenaar wordt. Volgens het hof is de werkgever niet de vinder in de zin van artikel 5:5 lid 1 BW die een verloren zaak ontdekt en tot zich neemt, omdat de werknemer zichzelf als vinder beschouwde ten tijde van de aangifte. Eén jaar na de aangifte zijn zowel de werknemer als de werkgever geen eigenaar.

De vraag rijst of de wetgever voor dit verschil in inhoud van het begrip vinder tussen artikelen 5:5 lid 1 BW en 5:6 lid 1 BW heeft gekozen. Volgens de wetsgeschiedenis van artikel 5:5 BW is aan de rechter overgelaten de inhoud van het begrip vinder te bepalen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet dat daarbij ook aan de rechter is overgelaten om een verschil aan te brengen tussen de inhoud van het begrip vinder in artikel 5:5 lid 1 BW en dat in artikel 5:6 lid 1 BW. Het gevolg van de beslissing van het hof is dat de werkgever (nogmaals) aangifte dient te doen van de vondst bij de gemeente ter verkrijging op grond van artikel 5:6 lid 1 BW van de eigendom één jaar na de aangifte óf de vondst moet bezitten tot het tijdstip van verjaring van de rechtsvordering van de oorspronkelijke eigenaar (3:105 BW).

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Adiba Bouichi is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van dit artikel kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied Financiering en zekerheden

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten