Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Aanbestedingsrecht

Installatiebedrijf vergeet inschrijvingsbiljet bij aanbesteding, inschrijving ongeldig of herstelmogelijkheid?

Recentelijk heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak tussen de gemeente Amsterdam en installatiebedrijf Van Dorp installaties. Het installatiebedrijf deed mee aan een door de gemeente georganiseerde meervoudig onderhandse aanbesteding voor de opdracht om een installatie voor koudelevering te plaatsen op het terrein van de bloedbank Sanquin te Amsterdam.

Op de aanbestedingsprocedure was het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) van toepassing. Het ARW 2016 beschrijft de procedures voor het aanbesteden van opdrachten voor werken. Op grond van de in 2016 gewijzigde Aanbestedingswet 2012 en het gewijzigde Aanbestedingsbesluit, is een aanbestedende dienst verplicht om het ARW 2016 toe te passen voor overheidsopdrachten voor werken onder de Europese drempelwaarden volgens het 'pas toe of leg uit'-principe. Voor opdrachten boven de Europese drempelwaarden, of opdrachten voor levering en diensten zijn aanbestedende diensten vrij om het ARW 2016 te gebruiken.

Gelet op de toepasselijkheid van het ARW 2016, gold voor de aanbestedingsprocedure in kwestie onder meer dat voor het indienen van een inschrijving ‘Bijlage G (Inschrijvingsbiljet)’ en ‘Bijlage H (Specificatie van de aanneemsom)’ ingevuld en ondertekend moesten worden ingediend. In het ARW staat hierover het volgende:

“ 7.14.2 Elke inschrijving dient te zijn voorzien van een inschrijvingsbiljet dat is ondertekend door de inschrijver

(…)

7.14.6

Een inschrijving is slechts geldig indien het inschrijvingsbiljet en alle gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de inschrijving uiterlijk op het uiterste tijdstip voor de ontvangst van de inschrijvingen door de aanbesteder zijn ontvangen.

(…)

7.21.1

Een inschrijving die niet voldoet aan de eisen gesteld in dit reglement, de uitnodiging tot inschrijving en de overige voor inschrijving relevante aanbestedingsstukken, is ongeldig.”

Eén van de inschrijvende partijen, Van Dorp Installaties, heeft bij haar inschrijving per ongeluk geen inschrijvingsbiljet ingediend. Reden voor de gemeente Amsterdam om de inschrijving van Van Dorp Installaties, onder verwijzing naar artikel 7.14.6 ARW, ongeldig te verklaren en niet mee te nemen in de procedure.

Van Dorp Installaties is het hier niet mee eens en stapt naar de voorzieningenrechter. Volgens Van Dorp Installaties had de gemeente haar inschrijving op grond van het proportionaliteitsbeginsel niet mogen uitsluiten, maar had zij om een herstel van de inschrijving moeten vragen. De gemeente Amsterdam betwist dit.

De voorzieningenrechter oordeelt dat een aanbestedende dienst bij de beoordeling van inschrijvingen moet uitgaan van de inschrijvingen zoals deze bij het sluiten van de inschrijvingstermijn zijn ontvangen. De beginselen van gelijke behandeling en transparantie verzetten zich in beginsel tegen de mogelijkheid dat een inschrijver zijn inschrijving nadien nog wijzigt of aanvult. Volgens vaste rechtspraak (HvJ EU 29 maart 2012, nr. C-599/10, SAG) kan daar slechts een uitzondering op worden gemaakt indien een inschrijving klaarblijkelijk een eenvoudige precisering behoeft, of om kennelijke materiële fouten recht te zetten, mits de wijziging/aanvulling er niet toe leidt dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt voorgesteld. Het maken van een dergelijke uitzondering is echter uitgesloten ingeval van een ontbrekend stuk (of ontbrekende informatie) dat (die) op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt (HvJ EU 10 oktober 2013, nr. C-336/12, Manova, r.o. 40).

Aangezien in het ARW 2016 duidelijk staat dat het inschrijvingsbiljet moet worden ingediend en de inschrijving anders ongeldig is, kan over de noodzaak van het indienen van het inschrijvingsbiljet en de sanctie van uitsluiting vooraf geen onduidelijkheid hebben bestaan, aldus de voorzieningenrechter. Gelet op het ARW 2016 en voornoemde jurisprudentie (HvJ Manova), komt de gemeente Amsterdam in dit geval daarom geen discretionaire bevoegdheid toe. De gemeente had volgens de voorzieningenrechter dus geen andere keuze dan de inschrijving ongeldig te verklaren. De voorzieningenrechter gaat dan ook voorbij aan de stelling van Van Dorp Installaties en stelt de gemeente in het gelijk.

Heeft u vragen over een aanbesteding? Neem dan gerust contact op met één van onze aanbestedingsrecht advocaten.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Björns recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten