Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Contracten

Herrie om een hoogslaper

- artikel 3:35 BW to the rescue?

U kunt het bijna niet gemist hebben in deze komkommertijd: meer dan 1000 mensen hebben zich bij een juridisch adviesbureau gemeld omdat ze van Leen Bakker een hoogslaper willen afnemen voor 24 euro. Dat was de prijs waarvoor het meubelstuk enige tijd werd aangeboden op de website en in advertentie-banners van de meubeldiscounter. Volgens Leen Bakker kwam dat echter door een technische storing; zij wil niet leveren voor deze prijs. De oorspronkelijke prijs was 319 euro; de klanten moesten toch begrijpen dat het niet de bedoeling was 92% korting te bieden.
Wie heeft er gelijk?

Wij zien hier een aardig geval van wat in het overeenkomstenrecht wel “oneigenlijke dwaling” wordt genoemd. Er bestaat een verschil tussen wat één van de partijen heeft willen uitdrukken en wat hij feitelijk heeft uitgedrukt. Is hij nu toch gebonden aan wat hij “gezegd” heeft?

Hier is een wetsartikel voor opgenomen in het Burgerlijk Wetboek (BW). En niet zomaar eentje. Het is misschien wel het meest onleesbare artikel van allemaal. Niet-juristen slagen er doorgaans niet in het hardop voor te lezen zonder de draad kwijt te raken. Zelf proberen? Dit is de tekst:

Artikel 3:35 BW – vertrouwensbeginsel

Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil.”

Wat staat hier in gewoon Nederlands? “Als jij er redelijkerwijze op mag vertrouwen dat jouw wederpartij werkelijk wilde wat hij zei / schreef, dan word je in dat vertrouwen beschermd. Ook als later blijkt dat hij dat helemaal niet wilde.”

En dus spitst de zaak zich ook hier toe op de vraag: Mochten de klanten van Leen Bakker onder deze omstandigheden redelijkerwijs aannemen dat deze hoogslapers écht met 92% korting werden aangeboden? De rechter zal naar de omstandigheden moeten kijken om de redelijkheid van die aanname te kunnen beoordelen.

Vóór het aannemen van de redelijkheid van het vertrouwen pleiten onder andere: het notoire prijsvechterschap van Leen Bakker, het feit dat de aanbieding op diverse plekken was terug te vinden en het feit dat het best een tijdje duurde voordat de aanbieding werd aangepast. Tegen pleit uiteraard het (belachelijk) hoge kortingspercentage, terwijl er geen sprake was van bijzondere omstandigheden of extra aandacht voor de korting (kreten als “dit is krankzinnig!” of “zo’n korting krijgt u nooit meer!” ontbraken bijvoorbeeld).

De rechter zal het moeten gaan uitmaken, want het juridische adviesbureau en Leen Bakker lijken er niet uit te komen (hoewel Leen Bakker al een korting van 40% op de oorspronkelijke koopprijs heeft aangeboden).
Wat daar uit gaat komen? Tegen mijn studenten zeg ik altijd: “Kijk naar wat je eerste reactie is als je zo'n aanbod krijgt. Is die: “dit kan niet waar zijn”, dan is dat waarschijnlijk een juiste constatering. Dat betekent niet dat je het aanbod niet onmiddellijk moet accepteren. Natuurlijk: altijd doen, je weet nooit. Maar dan niet gek staan te kijken als de koop toch nietig blijkt wegens een ongeldig aanbod.”|

(Overigens doet zoiets als dit zich om de paar jaar wel eens voor. Klik hier voor een aardig overzicht bij de NOS.)

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Lex’ recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten