Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Bedrijven in moeilijkheden en faillissement

Betaling managementfee kort voor datum faillissement

Wij zien het als curatoren bijna standaard gebeuren. Zodra duidelijk is dat een onderneming niet meer kan worden gered en dat het faillissement zal worden uitgesproken, worden nog – soms zelfs tot de dag van faillietverklaring – bedragen betaald aan de bestuurder of bijvoorbeeld bevriende derden. Het is dan aan de curator om te onderzoeken of deze betalingen nog konden worden verricht en/of deze dienen te worden vernietigd.

Eén van de belangrijkste grondslagen voor vernietiging die de curator kan gebruiken zijn de artikelen 42 en 47 van de Faillissementswet. Het eerste artikel ziet op betalingen die zijn verricht zonder dat de (later) gefailleerde daartoe verplicht was, het tweede op betalingen waartoe wel een verplichting bestond. Van een dergelijke verplichting kan bijvoorbeeld sprake zijn als die in een overeenkomst wordt genoemd.

De Rechtbank Limburg deed op 26 juli 2017 uitspraak in een zaak, die er kort gezegd op neerkwam dat de bestuurder kort voor de dag dat het faillissement werd aangevraagd een managementvergoeding ter hoogte van € 4.600 heeft betaald aan zijn eigen holding. Aan die betaling lag uiteraard een managementovereenkomst ten grondslag, zodat de betaling als ‘verplicht’ kwalificeerde en de curator zich op art. 47 Fw diende te beroepen. Dat artikel stelt onder meer de voorwaarde dat de ontvanger van de betaling wist dat het faillissement van de aanvrager al was aangevraagd, óf dat de betaling het gevolg was van samenspanning van de schuldeiser en de failliet, met als doel de schuldeiser te bevoordelen. Dat is een behoorlijk hoge drempel, en de kantonrechter oordeelde dat daaraan niet was voldaan.

Volgens de kantonrechter ging het in dit geval om een reguliere maandelijkse salarisbetaling die was gebaseerd op eerder gemaakte afspraken. De curator had gesteld dat er wel overleg over deze betaling moest zijn geweest, maar had daarvan onvoldoende bewijs aangedragen. Volgens de kantonrechter is voor het uitkeren van de maandelijkse vergoeding niet per se vooraf overleg noodzakelijk, met name omdat sprake is van een maandelijks gelijk bedrag. Samenspanning tussen de holding en de gefailleerde heeft de curator ook niet bewezen. Oftewel, deze betaling kon volgens de kantonrechter 'gewoon' door de beugel.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Alexanders recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten