Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Omgevingsrecht

Belanghebbende-begrip: nadere invulling ‘gevolgen van enige betekenis’

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van 23 augustus 2017 nader invulling gegeven aan het criterium ‘gevolgen van enige betekenis.’ Dit criterium is van belang om te bepalen wie belanghebbende is bij omgevingsgerechtelijke besluiten. Het uitgangspunt is dat een belanghebbende rechtstreeks feitelijke gevolgen moet ondervinden van een activiteit die het besluit - een bestemmingsplan of een vergunning bijvoorbeeld - toestaat. Wat deze feitelijke gevolgen precies inhouden, was tot nu toe niet geheel duidelijk. De Afdeling heeft nader toelichting gegeven aan dit criterium. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ wordt gehanteerd als correctie op het uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene zo gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt.

Gevolgen van enige betekenis

Eerder [ECLI:NL:RVS:2016:737] is de Afdeling ten aanzien van omgevingsvergunningen (voor inrichtingen) al teruggekomen op eerdere rechtspraak, die inhield dat de mate waarin gevolgen van een omgevingsvergunning worden ondervonden niet van belang is. Daarbij is als gezegd het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ in het leven geroepen. De Afdeling heeft hierbij aangesloten op de lijn zoals die voor bestemmingsplannen reeds eerder werd gehanteerd.

Nadere invulling in uitspraak van 23 augustus 2017

De uitspraak van 23 augustus jl. heeft betrekking op een omgevingsvergunning voor een omgevingsvergunning voor het verkleinen van een mestbassin ten behoeve van een agrarisch bedrijf.

Afstand, zicht, planologische uitstraling en milieugevolgen

De Afdeling overweegt onder meer dat gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene zo gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij spelen de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (zoals geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit een rol. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

Normering milieugevolgen

Indien afstand, contour of een grenswaarde als norm gelden voor bepaalde milieugevolgen, is deze norm niet bepalend voor de vraag of de betrokkene belanghebbende is bij het besluit

Kring van belanghebbenden

Bij een handhavingsbesluit kan de kring van belanghebbenden anders zijn dan bij een besluit tot vergunningverlening. De kring van belanghebbenden hangt dus af van de aard van het besluit.


Bij besluiten over activiteiten in het omgevingsrecht stelt het bestuursorgaan de kring van belanghebbenden vast door onderzoek te doen naar de feitelijke gevolgen van het besluit. De betrokkene hoeft dus niet zelf aan te tonen dat hij belanghebbende bij een besluit is. Slechts indien de vraag aan de orde is of ‘gevolgen van enige betekenis’ ontbreken, kan en mag van de betrokkene worden gevraagd zelf aan te tonen welke feitelijke gevolgen hij van de activiteit ondervindt of vreest te zullen ondervinden.

Uitkomst in het specifieke geval

In de onderhavige zaak gaat het onder meer om mogelijke hinder vanwege de geur van het mestbassin. De Afdeling overweegt dat hoewel de afstand van het mestbassin ongeveer 300 tot 600 meter van de woningen van appellanten ligt, zij onbesproken hebben gesteld dat zij geur van het mestbassin kunnen waarnemen. Er zijn dus feitelijke milieugevolgen als gevolg van het besluit. De volgende vraag is dus of dit gevolgen van ‘enige betekenis’ zijn. Volgens de Afdeling is dat het geval: weliswaar vindt de geurhinder niet continue, maar wel regelmatig plaats en geur van mest wordt doorgaans als penetrant ervaren. De Afdeling oordeelt in dit geval dus dat er gevolgen van enige betekenis zijn, en de appellanten dus als belanghebbenden moeten worden aangemerkt.

Lees hier de volledige uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 23 augustus 2017 met zaaknummer 201604695/1.

Deze blog is mede geschreven door Charlotte de Haan, die momenteel als student-stagiaire is verbonden aan Wieringa Advocaten.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Silvans recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten