Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Mediarecht

WhatsAppjes vatbaar voor Wob-verzoek

- maar het mag nog wel een tandje strakker

Ambtenaren moeten wellicht nog meer op hun tellen gaan passen en onderzoeks-journalisten hebben er een potentiële bron bij. Informatie die is vervat in WhatsApp-, sms- en soortgelijke berichten op de zakelijke telefoon van overheidsdienaren kan via een Wob verzoek worden opgevraagd. De Rechtbank Midden-Nederland bepaalde dat vorige week in een opmerkelijke uitspraak. Hoe zit dit precies en wat zijn de voorwaar-den?

De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) bepaalt in artikel 3 (kort gezegd) dat iedereen bij een bestuursorgaan een verzoek kan indienen om “informatie over een bestuurlijke aangelegenheid” die is “neergelegd in documenten”. “Document” wordt in artikel 1 onder a. gedefinieerd als “bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat”. Op de twee vetgedrukte elementen spitste zich de zaak toe waarin de rechtbank nu vonnis heeft gewezen.

De Branchevereniging BTN (een belangenbehartiger in de thuiszorg) had het ministerie van VWS informatie gevraagd over een bepaalde bestuurlijke aangelegenheid. Wélke aangelegenheid is mij uit de uitspraak niet duidelijk geworden. Maar in ieder geval was zij van mening dat ook WhatsApp- en sms-berichten onder de reikwijdte van het verzoek vielen: zij had gevraagd om “informatie neergelegd in alle gegevensdragers”.

VWS was het daar niet mee eens. Het ministerie voerde het formele verweer dat geen sprake zou zijn van “documenten”. Dat verweer, dat op het eerste gezicht in strijd lijkt met de hierboven geciteerde Wob-definitie van document, onderbouwde zij o.a. met de eveneens discutabele stelling dat 'chatten' via WhatsApp de vervanger zou zijn van het vroegere telefoonverkeer, en aldus niet “het functioneel equivalent van een papieren stuk”. Anders dan bijvoorbeeld e-mail staat het ook niet op de servers van de overheid. Om tot een document te komen zou men tekst moeten “knippen en plakken in bijvoorbeeld een Word-document”, aldus VWS.

De rechtbank gaat hier niet in mee. Allereerst wordt fijntjes opgemerkt dat telefoon-gesprekken niet onder de werkingssfeer van de Wob vallen omdat ze niet zijn 'vastgelegd', terwijl een sms- of WhatsApp-bericht dat wél is. Als zodanig lijken deze berichten (natuurlijk) meer op e-mails dan op telefoongesprekken. De inhoud kan vluchtiger zijn, maar dat is slechts een gradueel verschil en geen reden deze berichten categorisch uit te sluiten. En als ze zó vluchtig zijn dat het “alledaags gebabbel” wordt, zal al snel niet meer van informatie over een bestuurlijke aangelegenheid kunnen worden gesproken en valt het bericht om die reden buiten de boot. Kernpunt is dat een WhatsApp- of sms-bericht in beginsel valt binnen de definitie “schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat”.

Blijft over de vraag of het ook gegevens zijn die onder een bestuursorgaan berusten.
Volgens de rechtbank kan in deze tijd van cloud en webbased mailservers niet meer worden volgehouden dat dit alleen maar geldt als een document op de harde schijf of de server van het bestuursorgaan staat. Wel maakt de rechtbank duidelijk dat nog steeds sprake moet zijn van een situatie die als berusten onder kan worden aangemerkt; gemakkelijk kunnen verkrijgen blijft een brug te ver.

Om die reden oordeelt de rechtbank als volgt:

“Sms- en WhatsApp-berichten die staan op telefoons met een abonnement op naam van verweerders organisatie vallen naar het oordeel van de rechtbank daarom wel onder de term "berusten onder" verweerder, terwijl soortgelijke berichten die staan op privétele-foons van ambtenaren niet vallen onder de term "berusten onder" verweerder.”

De rechtbank voegt daaraan toe dat dat VWS dus een methode moet vinden om de berichten op een telefoon-met-VWS-abonnement te achterhalen. Dat is volgens de rechtbank (m.i. terecht) niet wezenlijk anders dan bij e‑mailberichten. Op de zitting was gebleken dat de “zoekmethode” van VWS eenvoudigweg inhield dat aan relevante ambtenaren wordt gevraagd of zij informatie over de bestuurlijke aangelegenheid hebben. Die ambtenaren kunnen voortaan dus naast hun e-mail ook hun VWS-telefoon checken op aanwezigheid van die berichten. (En bij andere overheidsorganen zal het op gelijke wijze gaan.)

Goed nieuws dus voor onderzoeksjournalisten, actiegroepen en anderen die de overheid graag kritisch volgen. Alleen jammer dat de rechtbank de grens trekt bij de van overheidswege verstrekte telefoon. Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen zo’n telefoon en een telefoon waarvoor de overheidswerkgever de kosten vergoedt? Ook dat verschil is toch, om in de termen van de rechtbank te blijven, eerder gradueel dan principieel? Naar mijn mening berust ook informatie die zich op zo’n telefoon bevindt nog steeds onder de overheid.

Ik durf zelfs nog wel een stap verder te gaan en te stellen dat informatie die zich waar dan ook onder een overheidsdienaar bevindt in beginsel via de Wob opvraagbaar zou moeten zijn. Natuurlijk hoeft dat niet tot gevolg te hebben dat telefoons worden opgevorderd en doorgespit. Maar als de ambtenaar (als boven geschetst) door zijn leidinggevende wordt gevraagd om de documenten die hij/zij over de aangelegenheid onder zich heeft, zou deze wat mij betreft óók de informatie uit de privé-telefoon moeten verstrekken. En als dat niet gebeurt, terwijl later blijkt dat die informatie er wel wás acht ik een disciplinaire sanctie geïndiceerd.

Alles uiteraard met inachtname van de rest van de Wob. Daar staan nog een heleboel uitstekende redenen in waarom de overheid informatie in bepaalde gevallen niet hoeft te verstrekken. Maar dat is een ander verhaal.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Lex’ recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten