Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Arbeidsrecht

Geen billijke vergoeding voor werknemer die zelf ontslag neemt

Ook niet wanneer werkgever een dringende reden geeft voor dat ontslag

Niet alleen werkgevers kunnen op staande voet ontslaan wanneer een werknemer zich misdraagt.
Ook werknemers hebben het recht om "op staande voet", d.w.z. met onmiddellijke ingang, op te stappen wanneer hun werkgever hen behandelt op een wijze die maakt dat niet verwacht kan worden dat ze nog een minuut langer in dienst blijven. Wanneer geconcludeerd wordt dat hun werkgever inderdaad, zoals dat heet, "een dringende reden" heeft gegeven tot onmiddellijk ontslag, heeft dat geen negatieve gevolgen voor hun aanspraak op een werkloosheidsuitkering. Ze zijn immers niet vrijwillig werkloos, hun werkgever draagt de schuld van de beeindiging van de arbeidsovereenkomst.
Ook hebben ze, als waren zij ontslagen, recht op de wettelijke transitievergoeding, en zelfs op een schadevergoeding, maar die is uit hoofde van de wet beperkt tot het loon over de opzegtermijn die bij een normaal ontslag in acht had moeten worden genomen.

Waar ze echter géén recht op hebben is een billijke vergoeding, de vergoeding die de wet toekent wanneer een arbeidsovereenkomst eindigt wegens ernstig verwijtbaar handelen, of nalaten, van de werkgever.

De kantonrechter in Rotterdam oordeelde deze maand dat een werknemer terecht ontslag op staande voet had genomen. Zijn werkgever betaalde hem ondanks meerdere verzoeken daartoe zijn loon niet, en dat is één van de voorbeelden die de wet geeft van een situatie waarin een werknemer onmiddellijk ontslag mag nemen. De rechter erkende dan ook zonder meer dat de werkgever zich ernstig verwijtbaar jegens deze werknemer had opgesteld.

Ten aanzien van de billijke vergoeding die de werknemer vorderde moest hij echter oordelen:
"... dat X ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door een situatie als de onderhavige te creëren, zodat werknemer aanspraak kan maken op de transitievergoeding. Ten aanzien van de verzochte billijke vergoeding oordeelt de kantonrechter evenwel dat artikel 7:681 BW geen grondslag biedt voor een billijke vergoeding indien de arbeidsovereenkomst onverwijld wordt opgezegd door een werknemer. De verzochte billijke vergoeding is dan ook niet toewijsbaar."

De werknemer viste dus achter het net.

Een beetje raar is dat wel: wanneer de rechter een arbeidsovereenkomst ontbindt en constateert dat de werkgever zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen kan hij de werknemer wel een billijke vergoeding toekennen, óók wanneer het de werknemer is die om ontbinding heeft gevraagd.
Werknemers die zich slecht behandeld voelen door hun werkgever, en dat gecompenseerd willen zien, doen er dus verstandig aan zich tot de rechter te wenden met het verzoek hun arbeidsovereenkomst te ontbinden in plaats van zelf op te stappen.

Mochten ze per ongeluk al boos zijn weggelopen, iets roepend als "je ziet me nooit meer terug", dan is het gelukkig weer wel zo dat die manier van doen volgens vaste jurisprudentie niet zonder meer als ontslag nemen mag worden aangemerkt; ze hebben dan nog (een paar dagen) de kans om de werkgever te laten weten dat ze weliswaar ernstig gegriefd waren, maar dat ze geen ontslag bedoelden te nemen, omdat ze de kwestie aan de rechter voor zullen leggen.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Wikke’s recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten