Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Arbeidsrecht

Ruzie binnen VPRO: hoge vergoeding

Rechter rekent omroep redactionele beslissing zwaar aan

Ruzie binnen de VPRO heeft geleid tot toekenning van een hoge billijke vergoeding: ruim € 115.000,- (in de beschikking staat een hoger bedrag, maar dat is een rekenfout), naast een transitievergoeding en – minder gebruikelijk – een netto schadevergoeding wegens geleden immateriële schade. Wat was er aan de hand?

Onderzoeksjournalist Stefan Heijdendael heeft twintig jaar geleden onderzoek gedaan naar het beroemde fotorolletje uit Srebrenica. U zult het zich herinneren: er zou fotomateriaal van doodgeschoten moslim-mannen beschikbaar zijn, maar bij het ontwikkelen van het fotorolletje raakte dat onherstelbaar beschadigd en gingen de opnames verloren. Defensie stelde dat dit een menselijke fout was; Heijendael onderzocht de kwestie destijds en kwam tot de conclusie dat het onwaarschijnlijk was dat het verhaal van Defensie klopte. In 2015 zond de VPRO een jubileumprogramma uit waarin de kwestie (toen inmiddels twintig jaar geleden) weer aan de orde zou komen; ondertussen had Heijendael nader onderzoek gedaan en geconcludeerd dat de lezing van Defensie – het was een ongeluk – wellicht wél klopte. Met de VPRO besprak Heijendael dat deze bevindingen in het jubileumprogramma zouden worden verwerkt, maar de VPRO weigerde dat – het zou “journalistiek niet zo belangrijk” zijn. Dit leidde tot ziekmelding van Heijendael, een conflict, en uiteindelijk een ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. Partijen waren er samen niet uitgekomen, waren het er over eens dat ontbinding moest volgen, en legden de kwestie van de vergoeding aan de rechter voor. Die vergoeding werd dus stevig.

Voor een billijke vergoeding is nodig dat een werkgever ernstig verwijtbaar handelt. De VPRO betwistte dat zij ernstig verwijtbaar had gehandeld en beriep zich op haar redactionele vrijheid, maar de rechter gaat daar niet in mee. Aan het oordeel van Heijendael, een gezaghebbend onderzoeksjournalist, had de VPRO zich aanzienlijk méér gelegen moeten laten liggen, met name omdat Heijendael zelf had aangegeven dat het opnemen van (ook) de voor de Defensie ontlastende verklaring voor hem van cruciaal belang was. De rechter vormt zich dus een vrij inhoudelijk oordeel over de redactionele beslissing van de VPRO, hetgeen op zich al wel opmerkelijk is. (Ik wil daarmee overigens niet zeggen dat het oordeel op dit punt onjuist is, integendeel: als een medium eenzijdige informatie naar buiten brengt en daarmee, kennelijk bewust, andere informatie waarover het ook beschikt onvermeld raakt, kom je op het terrein van mogelijke onrechtmatige publicaties. Defensie had zich daarover wellicht ook kunnen beklagen; hier ging het echter om de interne, arbeidsrechtelijke aspecten van de beslissing.)

Omdat de VPRO op deze wijze ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens Heijendael wordt de billijke vergoeding toegekend. En waar we vaak zien dat zonder al teveel motivering een bedrag wordt genoemd, berekent de rechter die hier zo precies mogelijk: de schade bestaat uit verlies aan inkomsten tot het verwachte moment dat Heijendael ander werk zal hebben gevonden en verwachte lagere inschaling bij een nieuwe baan tot op het (wederom: verwachte) moment dat hij weer conform zijn oude schaal zal verdienen. Een deel van die schade wordt geacht te zijn gecompenseerd door de transitievergoeding, maar de rest is de billijke vergoeding.

Sinds het New Hairstyle-arrest weten we dat verwachte toekomstige schade een rol kan (en zelfs moet) spelen in het vaststellen van het bedrag van een billijke vergoeding; we zien echter niet vaak dat het zo gedetailleerd gebeurt. Het bedrag is hiermee dus niet gerelateerd aan de mate van verwijtbaarheid van het gedrag van de werkgever, maar alleen aan de schade die de werknemer (waarschijnlijk) lijdt.

Opmerkelijk is verder dat de kantonrechter naast de transitievergoeding en de billijke vergoeding ook nog een vergoeding voor immateriële schade toekent, en daarbij nogal uitdrukkelijk vermeldt dat dit geen punitief karakter heeft (het is een vergoeding voor schade uit verwijtbaar handelen maar geen straf voor dat verwijtbare handelen). Het is mij niet helemaal duidelijk waarom de rechter dit zo formuleert – ik vermoed dat het doel hiervan is dat ook de fiscus aanvaardt dat het een echte schadevergoeding is die dus onbelast is (de vergoeding wordt dan ook netto toegekend, in tegenstelling tot de transitievergoeding en de billijke vergoeding die bruto zijn). Meer dan bij de billijke vergoeding lijkt hier dus een relatie te liggen tussen verwijtbaarheid en vergoeding – iets om rekening mee te houden in de toekomst.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Arco’s recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten