Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Bestuurdersaansprakelijkheid

De curator vs. de bestuurder

Eerder blogden wij in de Serie Bestuurdersaansprakelijkheid over de mogelijkheid van de curator om de bestuurder van de failliete vennootschap aansprakelijk te stellen op grond van art. 2:248 BW.

Dat de curator in de praktijk graag op dit artikel een beroep doet, is wederom gebleken uit het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gewezen op 30 januari jl. Dit arrest is een goed voorbeeld van de manier waarop de curator en de bestuurder over en weer beargumenteren of het bestuur al dan niet aansprakelijk is op grond van dat artikel. Uit het arrest volgt dat de curator zijn bewijslast niet dient te onderschatten.

In deze zaak ging het om meerdere failliete vennootschappen waarbij de bestuurder als middellijke bestuurder door de curator is aangesproken. Ik bespreek telkens eerst de wettelijke regeling, en daarna wat er in deze uitspraak aan de orde is gekomen.

Artikel 2:248 BW

Uit het eerste lid van art. 2:248 BW volgt dat indien er sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur én het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest, in beginsel ieder bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor het boedeltekort.[1] Om dit aan te tonen ligt ingevolge de hoofdregel van art. 150 Rv de stelplicht en bewijslast bij de curator.[2] De curator kan de conclusie dat sprake is van onbehoorlijke taakvervulling slechts baseren op gedragingen van het bestuur uit de 3 jaren voorafgaand aan het faillissement van de vennootschap.

Indien de curator erin slaagt aan te tonen dat het bestuur niet heeft voldaan aan zijn boekhoudplicht (art. 2:10 BW) en/of publicatieplicht (2:394 BW) volgt uit lid twee van art. 2:248 BW dat de onbehoorlijke taakvervulling onweerlegbaar vaststaat en dat (weerlegbaar) vermoed wordt dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.[3]

  • In casu heeft de curator van de failliete vennootschap een beroep op deze laatste bepaling gedaan door te stellen dat er sprake was van ondeugdelijke boekhouding bij de vennootschappen. Daarnaast heeft hij beweerd dat de jaarrekening over 2010 te laat is gedeponeerd.

De aangesproken bestuurder kan zich tegen het verwijt van onbehoorlijke taakvervulling verdedigen door aannemelijk te maken dat andere feiten en omstandigheden het faillissement hebben veroorzaakt. Hierbij geldt dat de bestuurder niet alleen externe omstandigheden mag aanvoeren die tot het faillissement hebben geleid, maar ook interne. De rechter gunt de bestuurder een bepaalde marge om fouten of misrekeningen te maken. De grens wordt echter overschreden indien geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden hetzelfde zou hebben gehandeld.[4]

  • In casu heeft de bestuurder zich verweerd tegen het verwijt van onbehoorlijke taakvervulling door inderdaad te stellen dat het faillissement door externe omstandigheden is ontstaan. De bestuurder gaf aan dat het faillissement is ingetreden door een combinatie van omzetverlies door de recessie, slechte marktomstandigheden etc. Tevens beweerde de bestuurder de verliezen op te willen vangen door de kosten te matigen, de verkoop te stimuleren, de bedrijfsactiviteiten te verleggen etc.

Vervolgens is het aan de curator om aannemelijk te maken dat de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.[5]

  • De curator heeft het bovenstaande verweer van de bestuurder niet of nauwelijks weersproken. Hij heeft het hof zowel niet kunnen overtuigen dat (i) het handelen van de bestuurder wel degelijk de belangrijkste oorzaak van het faillissement is geweest, als dat (ii) de bestuurder heeft nagelaten het intreden van de negatieve gevolgen van de oorzaken te voorkomen. Dat is in lijn met het eerdere oordeel van de rechtbank.

Mocht de curator besluiten in hoger beroep te gaan, dan doet hij er dus goed aan om het ‘onweerlegbare’ van het ‘weerlegbare’ te onderscheiden en zorgvuldig aan te tonen dat het onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement was.

Wilt u meer weten over de spanningen tussen de curator en de bestuurder omtrent het faillissement van een vennootschap? Wij staan graag voor u klaar.

[1] HR 30 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA6773, NJ 2008/91 (Blue Tomato).

[2] HR 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:153 (Sansto/Reiziger q.q.).

[3] In algemene zin geldt dat van onbehoorlijke taakvervulling slechts kan worden gesproken indien geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zo gehandeld zou hebben; HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053(Panmo).

[4] HR 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:233.

[5] HR 20 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY7916.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Aida’s recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten