Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Bedrijven in moeilijkheden en faillissement

Rabobank handelt in strijd met haar (contractuele) bancaire zorgplicht

Rabobank legt haar klant in financiële moeilijkheden zeer nadelige voorwaarden op bij het verstrekken van noodkrediet en moet schade vergoeden

Op 27 maart 2018 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een belangwekkend arrest gewezen over de bancaire zorgplicht bij het verstrekken van noodkrediet. Het arrest is op een veelheid van vlakken interessant. Ik beperk mij in deze blog echter tot één aspect, namelijk het verstrekken van noodkrediet en de voorwaarden die de bank daaraan verbindt.

Uit het arrest blijkt dat Rabobank haar noodlijdende en nadien gefailleerde klant Midreth en diens bestuurder en aandeelhouder steeds verdergaande voorwaarden oplegde voor het verstrekken van krediet. Vanwege de slechte financiële situatie van Midreth en de financiële crisis was alternatieve financiering voor Midreth niet mogelijk. Midreth en de bestuurder hadden dus geen andere keuze dan akkoord te gaan met de door Rabobank gestelde zeer nadelige voorwaarden voor financiering. Enkele voorbeelden zijn:

  • Rabobank verstrekte noodkrediet van € 7.500.000 en bedong daarvoor een fee van € 2.000.000, die bovenop de al hoge rente kwam;
  • Rabobank verstrekte vervolgens, met nog enkele andere financiers een noodkrediet, van € 20.000.000 waarvoor een fee van € 20.000.000 werd bedongen;
  • de aandeelhouder moest 60% van de aandelen overdragen aan Rabobank en andere financiers voor een koopsom van € 1; en
  • de bestuurder heeft privé een borgtocht van € 5.000.000 verstrekt aan Rabobank.

Het hof komt tot het oordeel dat er sprake is van een schending van de bancaire zorgplicht en overweegt als volgt.

Door onder die omstandigheden (…) de eerste fee (van € 2.000.000) te handhaven en de tweede fee (van € 20.000.000, waarvan aan Rabobank € 5.625.000 toekwam) op te leggen en ten slotte de verplichting tot overdracht van 60% (…) van de aandelen voor € 1 te accepteren, met, ten minste op papier, grote nadelen voor [de bestuurder en de aandeelhouder] en onevenredig grote voordelen voor Rabobank, heeft Rabobank (…) in strijd gehandeld met haar contractuele bancaire zorgplicht onder artikel 2 lid 1 van de ABV 2009 (om bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen en daarbij naar beste vermogen rekening te houden met de belangen van de cliënt). Dit geldt eens te meer wanneer die normschendingen, zoals hier onvermijdelijk, in onderling verband en samenhang worden beschouwd.”

4.20 Met al het voorafgaande heeft Rabobank ook jegens [de bestuurder en de aandeelhouder] persoonlijk onrechtmatig heeft gehandeld. De door hen geleden schade is het gevolg van een samenhangend geheel van onrechtmatige gedragingen van Rabobank, die niet alleen ertoe hebben geleid dat de waarde van hun aandelen ernstig is aangetast door het onzorgvuldige beleid van Rabobank maar ook tot gevolg hebben gehad dat zij vervolgens die aandelen — onder druk van Rabobank — op een zeer ongunstig tijdstip en tegen een prijs van € 1 hebben moeten verkopen, zodat de door de waardevermindering ontstane schade definitief ten laste van hun vermogen is gekomen en niet meer kan worden opgeheven door een eventuele schadevergoeding van Rabobank aan de vennootschappen van Midreth Groep, terwijl bovendien ten tijde van de aan Rabobank verweten gedragingen hun belangen sterk met die van het concern waren verweven, mede in verband met de door hen in privé gegeven zekerheden en hun afhankelijkheid, voor wat betreft hun inkomen en vermogensvorming, van het door hen opgebouwde, in Midreth groep uitgeoefende bedrijf. Vergelijk HR 2 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2365 (Kip en Sloetjes/Rabobank Winterswijk).

Het hof veroordeelt Rabobank tot het vergoeden van schade van de aandeelhouder en de bestuurder.

De geschetste situatie is schrijnend en Rabobank wordt – mijns inziens terecht – veroordeeld tot het vergoeden van schade. In de praktijk blijkt dat veel ondernemers en ondernemingen akkoord zijn gegaan met zeer nadelige voorwaarden van hun bank, omdat zij vanwege de financiële situatie niet anders konden. Het Fd schrijft op 29 maart 2018: “Na de kredietcrisis van 2009 hebben veel ondernemers geklaagd over onredelijke eisen die de kredietverstrekkende banken zouden zijn gaan stellen. Tientallen ondernemers weten de ondergang van hun bedrijf aan hun bank. Dat heeft tot een groot aantal rechtszaken geleid, zoals bijvoorbeeld van de eigenaren van het failliete reisbureau Oad tegen Rabobank.”

Voorheen waren het vooral de banken die aan het langste eind trokken in geschillen als deze. Met dit arrest is er mogelijk sprake van een trendbreuk. Het arrest is daarom van groot belang voor partijen die schade hebben geleden doordat hun bank hen, populistisch gezegd, heeft uitgeknepen. Het is zeer wel mogelijk dat zij ook voor vergoeding van hun schade door de bank in aanmerking komen.

Hebt u een vergelijkbaar geschil met uw bank en vraagt u zich af of uw schade voor vergoeding in aanmerking komt? Neem gerust contact met ons op. Wij zijn u graag van dienst.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Joosts recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten