Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Arbeidsrecht

Een ouderwets hoge beëindigingsvergoeding

De gedachte van de wetgever bij het huidige ontslagrecht is dat een arbeidsovereenkomst alleen wordt ontbonden als daar een goede grond voor bestaat. En de daarbij behorende beëindigingsvergoeding zou voorspelbaar moeten zijn. Slechts in uitzonderlijke situaties kan een billijke vergoeding worden toegewezen, maar die vergoeding is niet bedoeld om het gebrek aan een goede ontslaggrond af te kopen. Voor een billijke vergoeding is nodig dat een werkgever ernstig verwijtbaar handelt. De billijke vergoeding heeft, volgens de wetsgeschiedenis, een "punitief karakter". Dat wil zeggen, is bedoeld als straf voor de door de werkgever begane zonde, en niet, zoals dat onder het oude recht meestal wel het geval was, een vergoeding van aan de werknemer toegebrachte schade. Die schade wordt geacht gedekt te zijn door de transitievergoeding.

Sinds het Hairstyle-arrest weten we dat verwachte toekomstige schade van de werknemer wél een rol kan (en zelfs moet) spelen in het vaststellen van het bedrag van een billijke vergoeding. Het bedrag is hiermee dus niet gerelateerd aan de mate van verwijtbaarheid van het gedrag van de werkgever, maar alleen aan de schade die de werknemer (waarschijnlijk) lijdt.

We zien een trend in de ontbindingsbeschikkingen waarbij deze billijke vergoedingen steeds grotere proporties aannemen. De grootste uitschieter betreft een beschikking van de kantonrechter te Haarlem die eind april van dit jaar een billijke vergoeding toekende aan een ICT medewerker van maar liefst € 628.000,-. Deze vergoeding baseerde de kantonrechter uiteindelijk ook op de Hairstyle criteria, maar niet zonder eerst te overwegen dat de billijke vergoeding – naar haar aard – in relatie moet staan tot het ernstig verwijtbare handelen of nalaten van de werkgever.

Deze billijke vergoeding van meer dan 6 ton bestond uit het inkomensverlies van de werknemer over 9 jaar, tot zijn pensioengerechtigde leeftijd. Daarbij ging de kantonrechter uit van de maximale duur van zijn WW-uitkering en daarna een inkomen op minimumloon niveau tot het pensioen.

Deze medewerker deed al 34 jaar hetzelfde werk, tot hij op een dag te horen kreeg dat zijn functie zou komen te vervallen. Vanaf dat moment kreeg hij niets meer te doen en werd hij als het ware aan zijn lot overgelaten. Van die situatie werd hij ziek. De bedrijfsarts oordeelde na een tijdje dat hij niet meer arbeidsongeschikt was, maar dat werkgever – gelet op de verwachting dat werknemer wederom ziek zou worden indien hij gedwongen zou worden het eigen werk te hervatten – wel adequate begeleiding aan werknemer moest bieden om zich te oriënteren op een nieuw toekomstperspectief. Ook dat deed werkgever niet. Er werden ook geen herplaatsingsmogelijkheden onderzocht en de werkgever vroeg het UWV om een ontslagvergunning. Die werd door het UWV geweigerd, omdat niet aannemelijk was dat de functie daadwerkelijk was komen te vervallen. Daarop vroeg de werkgever ontbinding bij deze kantonrechter te Haarlem.

De kantonrechter oordeelde dat inmiddels wel grond was voor ontbinding op basis van een verstoorde arbeidsverhouding, door toedoen van werkgever. De werkgever had volgens de kantonrechter tevens ernstig verwijtbaar gehandeld, op basis waarvan de royale billijke vergoeding kon worden toegewezen. Deze kantonrechter heeft hiermee het punitieve karakter van de billijke vergoeding onderkend en m.i. onderstreept.

De werkgever heeft de mogelijkheid om zijn ontbindingsverzoek weer in te trekken, waarmee de billijke vergoeding niet verschuldigd is, maar de arbeidsovereenkomst uiteraard ook in stand blijft. De vraag is of dat zinvol is, omdat de werknemer vervolgens zelf een ontbindingsverzoek kan indienen dat waarschijnlijk tot eenzelfde uitkomst leidt.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Maartje’s recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten