Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Lease and Tenancy

Wetsvoorstel opkoopbescherming in consultatie

Op 23 november 2020 is het wetsvoorstel “opkoopbescherming en verruiming mogelijkheden tijdelijke verhuur” in consultatie gegaan. Dit wetsvoorstel maakt het onder andere mogelijk om in een gebied een opkoopbescherming in te voeren, zodat mensen die op zoek zijn naar een koopwoning hierop meer kans maken. Hiermee wordt de positie van starters en van mensen met een middeninkomen verbeterd.

Achtergrond
Door het historisch grote woningtekort staat de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in veel gebieden in Nederland onder druk. Steeds meer koopwoningen worden opgekocht door beleggers. In een schaarse woningmarkt gaat iedere woning die door een belegger wordt gekocht ten koste van de mogelijkheid voor starters of mensen met een middelinkomen om die woning te kopen. Ook kan de opkoop voor verhuur extra druk op de leefbaarheid leggen. Op dit moment zijn er nog geen mogelijkheden voor gemeenten om in de bestaande bouw te sturen op de beschikbaarheid van koopwoningen. Daarom wil het kabinet gemeenten handvatten bieden om te borgen dat goedkope en middeldure woningen in het koopsegment behouden blijven voor kopers die er zelf willen wonen.

Wetsvoorstel
Met de opkoopbescherming krijgen gemeenten de mogelijkheid om ervoor te zorgen dat goedkope en middeldure koopwoningen beschikbaar blijven als koopwoningen in buurten waarin er schaarste is aan dat soort woningen of wanneer de leefbaarheid in de betreffende buurt wordt aangetast door de opkoop van deze woningen voor de verhuur. Indien de gemeenteraad na onderzoek besluit een opkoopbescherming voor een bepaalde buurt in te voeren, kan dat in de vorm van een verbod om de woning zonder vergunning te verhuren. De gemeente moet hierbij onderbouwen dat de maatregel noodzakelijk, geschikt en proportioneel is. Tevens moeten categorieën van woningen in de gebieden worden aangewezen waarvoor de opkoopbescherming geldt. Hierbij moet het gaan om goedkope en middeldure woningen.

Het is niet in alle gevallen redelijk om de eigenaar van een koopwoning te verbieden de woning te verhuren. Daarom kan een eigenaar in sommige gevallen een vergunning om toch te mogen verhuren aanvragen bij de gemeente. Gemeenten moeten een vergunning afgeven voor:

  1. Verhuur aan eerste- en tweedegraads bloed- en aanverwanten.
  2. Verhuur van woningen die onderdeel zijn van een winkel-, kantoor- of bedrijfspand.
  3. Tijdelijke verhuur van de woning indien de eigenaar de woning minimaal één jaar zelf heeft bewoond en kan aantonen dat de verhuur slechts voor maximaal 12 maanden is. Deze vergunning kan niet worden gebruikt voor toeristische verhuur.

Daarnaast kunnen gemeenten aanvullend zelf extra uitzonderingsgevallen aanwijzen die passend zijn bij de problematiek en samenstelling van de buurt waarin de opkoopbescherming wordt ingevoerd, waarbij met een vergunning wel verhuurd mag worden. Dit dienen gemeenten dan wel te onderbouwen.

Het wetsvoorstel betreft een wijziging van de Huisvestingswet 2014. Gemeenten kunnen op basis hiervan regels stellen in de huisvestingsverordening. De opkoopbescherming geldt uitsluitend voor koopwoningen die na invoering ervan in de betreffende buurt worden aangekocht en voor woningen die in verhuurde staat waren voor een periode van minder dan zes maanden op de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar.

De wettelijke grondslag voor deze opkoopbescherming in de Huisvestingswet 2014 vervalt in beginsel na drie jaar nadat deze in werking is getreden. Binnen drie jaar wordt er een evaluatie uitgevoerd naar de noodzaak en de relevantie van de regeling door deze in de economische situatie van dat moment te plaatsen. Indien gemeenten de regeling opnemen in de huisvestingsverordening is dat voor een periode van ten hoogte vier jaar. Indien de wettelijke grondslag in de Huisvestingswet 2014 vervalt, dan blijft de verordening nog wel van kracht tot maximaal twee jaar na het vervallen van die wettelijke grondslag.

Vervolg
Het wetsvoorstel ligt van 23 november 2020 tot en met 22 december 2020 ter consultatie. Binnen deze termijn kan op het wetsvoorstel worden gereageerd. De reacties waarbij door de inzender is aangegeven dat deze openbaar mag zijn, worden gepubliceerd tijdens de loop van de consultatie. De wet wordt beoogd per 1 april 2021 in werking te treden.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Marjoleins recent blogs

 

what are you looking for?

pages with at least one of the search terms
pages with all search terms
pages with the exact text

in the entire website
only in the blog
in the website except the blog

Wieringa Advocaten