icon

Stilzwijgende verlenging: oppassen!

Het belang van een goede schriftelijke vastlegging van arbeidsrelaties kwam weer eens aan de orde in een zaak waarvan de uitspraak recent is gepubliceerd. Een werknemer was in dienst getreden op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een jaar. Na het eerste contract was er over het dienstverband niets meer op schrift gesteld. Een kleine drie jaar later informeerde de werkgever de werknemer dat het dienstverband van rechtswege ging eindigen, omdat het tweemaal stilzwijgend was verlengd.

Tot zover op zich niets bijzonders. Dit is inderdaad in overeenstemming met de wet: een dienstverband voor bepaalde tijd dat stilzwijgend wordt verlengd, wordt geacht te worden verlengd voor de dezelfde periode als waarvoor het is aangegaan (de wet gaat er daarbij van uit dat de stilzwijgende verlenging nooit voor langer dan een jaar wordt aangegaan). Je zou dus zeggen dat als je maar niets doet, het dienstverband vanzelf eindigt.

Toch is dat niet waterdicht. Als de werknemer erop mocht vertrouwen dat een dienstverband wel wordt verlengd, dan wel voor onbepaalde tijd wordt verlengd, is niet uitgesloten dat zwijgen toch betekent dat het dienstverband voortduurt c.q. gaat voortduren.

Terug naar de uitspraak die ik noemde. Daar was nog een complicatie opgetreden: de werkgever had in het tweede jaar viermaal een werkgeversverklaring afgegeven aan de werknemer in verband met een hypotheeklening; in die verklaring stond dat de werknemer voor onbepaalde tijd in dienst was. De werkgever verklaarde dat dat altijd werd ingevuld (dus ongeacht de vraag of het ook echt zo was), omdat de bank dan gunstigere voorwaarden stelt. De werknemer stelde echter dat hij die verklaringen had gevraagd om duidelijkheid over zijn positie te krijgen.

De rechter ging er van uit dat de werknemer ondanks de werkgeversverklaringen er niet op had mogen vertrouwen dat hij een dienstverband voor onbepaalde tijd had, met name niet omdat duidelijk was dat de verklaringen waren aangevraagd voor een lening, en dus niet om duidelijkheid over de onderlinge verhoudingen te krijgen. Bovendien waren de verklaringen ingevuld door de administratie van de werkgever, en niet door de directeur. De werknemer moest bewijzen dat hij een dienstverband voor onbepaalde tijd had c.q. dat die was toegezegd, en dat kon hij niet – althans niet in kort geding. Het (voorlopig) oordeel was dus dat het dienstverband wel degelijk was geëindigd.

Toch blijkt uit deze zaak dat de werkgever wel een risico loopt als de rechtsverhouding niet wordt vastgelegd. De zaak had makkelijk anders kunnen lopen als de werknemer meer had kunnen aandragen. Hoewel dit uit de uitspraak niet blijkt, denk ik dat zijn stelling dat hij de verklaringen had gevraagd om zelf duidelijkheid te krijgen misschien zelfs wel tegen hem heeft gewerkt (die stelling lijkt niet erg geloofwaardig); onder (iets) andere omstandigheden zou zo?n werkgeversverklaring wellicht best kunnen meewerken aan een gerechtvaardigd vertrouwen van de werknemer. Het verdient dus aanbeveling de verlenging voor bepaalde tijd niet stilzwijgend te doen, maar schriftelijk te bevestigen.

De uitspraak is gepubliceerd in JAR 2007, onder nummer 190.


Arco Siemons is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot onderstaande contactpersoon van het praktijkgebied arbeidsrecht.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Stilzwijgende verlenging: oppassen!

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief