icon

Geen planschade ondanks feitelijke verslechtering

Bij de beoordeling van een planschadeverzoek wordt een vergelijking gemaakt tussen hetgeen volgens het voordien geldende planologische regime maximaal aan gebruik en bebouwing mogelijk was en hetgeen volgens het nieuwe planologische regime maximaal aan gebruik en bebouwing mogelijk is geworden.

In de praktijk kan dit tot merkwaardige situaties leiden. Een voorbeeld hiervan is een uitspraak van de Rechtbank Arnhem van 23 juli 2007 (regnr. AWB 06/5438, BR 2007/227 met noot Van Zundert).

Eisers stelden schade te lijden als gevolg van de wijziging van het planologische regime dat de aanleg van de Betuweroute mogelijk maakt. Het betrof het Tracé besluit Betuweroute. In het primaire besluit was een schadevergoeding toegekend vanwege een toename van geluidshinder. Dergelijke schadevergoeding dient volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te worden behandeld als ware er sprake van een verzoek om planschade.

In het voorheen geldende regime (het bestemmingsplan) was niet voorzien in een limitering van de geluidsbelasting. In het Tracébesluit zijn wel strikte geluidsnormen opgenomen. Volgens de rechtbank kan bij de toepassing van een planologische vergelijking tussen hetgeen mogelijk was onder de oude bestemmingsplannen en hetgeen mogelijk is onder het nieuwe planologische regime niet worden geconcludeerd dat eisers wat betreft de maximaal mogelijke geluidshinder in een nadeliger positie zijn gekomen. Planologisch gezien zijn eisers dus niet in een nadeliger positie gekomen, terwijl ze feitelijk onmiskenbaar slechter af zijn.


Annejet Lamme is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot onderstaande contactpersoon van het praktijkgebied bouwrecht.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Geen planschade ondanks feitelijke verslechtering

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief