icon

Nogmaals: de overleden werknemers en de ontslagvergoeding

Ruim een jaar geleden schreven wij over een werknemer die met zijn werkgever een beëindigingsregeling was overeengekomen, maar die overleed vóór het einde van de arbeidsovereenkomst. Zijn erfgenamen maakten alsnog aanspraak op de beëindigingsvergoeding, maar die aanspraak werd door de rechter afgewezen: de arbeidsovereenkomst was namelijk uiteindelijk niet geëindigd door de beëindigingsovereenkomst, maar door het eerdere overlijden van de werknemer.

Recent heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over een situatie die hier op lijkt, met één belangrijk verschil: de beëindigingsovereenkomst was geformaliseerd met een ontbindingsbeschikking. Er was dus een beschikking van de kantonrechter, en die hield in dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen zou eindigen op 1 april 2010, en dat werkgever aan werknemer een bedrag van € 65.952,- diende te betalen. Op 30 december 2009 overleed de werknemer onverwacht en de werkgever weigerde de vergoeding te betalen, met een beroep op hetzelfde uitgangspunt als hierboven: de arbeidsovereenkomst was niet geëindigd door de ontbinding, maar door het eerdere overlijden van de werknemer. De kinderen van de werknemer stapten naar de rechter en eisten de vergoeding op.

Van de kantonrechter kregen ze gelijk, maar het Hof vernietigde dat vonnis en wees de eis af. De Hoge Raad oordeelde dat de erfgenamen inderdaad recht hebben op de vergoeding. De Hoge Raad overwoog dat de arbeidsovereenkomst weliswaar inderdaad niet was geëindigd door de ontbindingsbeschikking, maar die beschikking er wel lag. In die beschikking was niet bepaald dat de vergoeding alleen verschuldigd zou zijn als ten tijde van de ontbindingsdatum de arbeidsovereenkomst nog zou bestaan. De beschikking had dus rechtskracht, en heeft die rechtskracht gewoon gehouden. Een andere uitkomst, zo leert de Hoge Raad, zou strijdig zijn met wat “het gesloten stelsel van rechtsmiddelen” wordt genoemd: een rechterlijke uitspraak kan alleen rechtskracht verliezen door een andere uitspraak in dezelfde procedure.

Is de uitspraak verrassend? Niet echt. Een soortgelijke uitspraak is lang geleden al eens gedaan bij ontslag op staande voet; in die situatie was er ook een ontbindingsbeschikking, en was de werknemer vóór de ontbindingsdatum vervolgens op staande voet ontslagen, voor een dringende reden die zich na de ontbindingsuitspraak had voorgedaan. Ook in die situatie hield de werknemer aanspraak op de ontbindingsvergoeding, om dezelfde reden: het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, en de formele rechtskracht van de ontbindingsbeschikking.

De situatie lijkt eenvoudig te voorkomen door bij een ontbinding altijd aan de rechter te vragen om bij het toewijzen van een vergoeding te bepalen dat die alleen verschuldigd zal zijn als de arbeidsovereenkomst nog bestaat op de datum van de ontbinding. Het is ons echter gebleken dat kantonrechters daar niet van gediend zijn: als er ten tijde van de ontbindingsprocedure geen aanleiding is te veronderstellen dat de arbeidsovereenkomst niet meer bestaat of binnenkort om een andere reden zal eindigen, spreken rechters de beschikking zonder voorbehoud uit – inclusief de vergoeding. Zodra die uitspraak er ligt en het verzoek wordt niet binnen de daartoe gestelde termijn ingetrokken, zal die vergoeding dus moeten worden betaald.


Arco Siemons is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot onderstaande contactpersoon van het praktijkgebied arbeidsrecht.

Nogmaals: de overleden werknemers en de ontslagvergoeding

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief