Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Handels- en ondernemingsrecht

Artikel 2:298 BW: ontslag commissaris en bestuurder stichting

Artikel 2:298 BW voorziet in de mogelijkheid tot ontslag van een bestuurder of commissaris bij een stichting. Bij een stichting ontbreekt vaak een vorm van interne controle. Om deze reden biedt artikel 2:298 BW de mogelijkheid dat een bestuurder of commissaris op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie door de rechtbank wordt ontslagen.

De regeling van artikel 2:298 BW is onlangs aangepast als gevolg van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen. Het ontslag van een bestuurder kan nu eenvoudiger worden bewerkstelligd en, anders dan voorheen, is het artikel eveneens van toepassing op commissarissen.

Oude regeling

Op grond van de oude regeling kon een bestuurder worden ontslagen indien hij in strijd handelde met de wet of de statuten, in geval van wanbeheer of wanneer hij niet voldeed aan een bevel ingevolge artikel 2:297 BW. Deze gronden zijn in de jurisprudentie beperkt uitgelegd. De oude regeling was enkel van toepassing op bestuurders. Het ontslag van een commissaris kon niet op grond van dit artikel worden verzocht. Het ontslag van een commissaris van een stichting was slechts mogelijk in een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer (ten aanzien van stichtingen met meer dan 50 werknemers) of wanneer de statuten van de stichting hierin voorzagen.

Huidige regeling

Met de oude regeling was het volgens de minister niet altijd mogelijk om het ontslag van een bestuurder te bewerkstelligen, die het belang van de stichting zodanig schaadt dat het niet langer verantwoord was om hem als bestuurder te handhaven. De nieuwe regeling moet dit wel mogelijk maken.

De wetgever heeft aansluiting gezocht bij de criteria voor ontslag van een commissaris van een structuurvennootschap door de Ondernemingskamer (artikel 2:161 lid 2 BW). De volgende gronden kunnen leiden tot het ontslag van een bestuurder of commissaris:

  1. verwaarlozing van zijn taak (bijvoorbeeld indien een bestuurder zijn taak onbehoorlijk vervult);
  2. andere gewichtige redenen (gedacht kan worden aan de situatie waarin het vertrouwen in een bestuurder objectief gerechtvaardigd is weggevallen);
  3. ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van zijn bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld (bijvoorbeeld indien een bestuurder elders een benoeming aanvaard die onverenigbaar is met zijn huidige positie); of
  4. het niet voldoen aan een door de voorzieningenrechter van de rechtbank ingevolge artikel 2:297 BW gegeven bevel.

Vragen

Heeft u vragen over een procedure op grond van artikel 2:298 BW , neem dan contact op. Wij zijn u graag van dienst. Op de hoogte blijven? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten