Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Handels- en ondernemingsrecht

Het ontslag van Sywert van Lienden als bestuurder juridisch geduid

Op 21 juli 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam Sywert van Lienden en Bernd Damme ontslagen als bestuurders van de Stichting Hulptroepen Alliantie (hierna: de Stichting) (ECLI:NL:RBAMS:2022:4160). Al eerder schreven wij een blog over de mogelijkheid tot ontslag van een bestuurder of commissaris bij een stichting op grond van artikel 2:298 BW. Uit de spraakmakende kwestie rond Sywert van Lienden blijkt dat de juridische mogelijkheid tot het ontslag van een bestuurder van een stichting ook in de praktijk relevant is.

Artikel 2:298 BW

Een bestuurder van een stichting kan op verzoek van een belanghebbende of van het Openbaar Ministerie worden ontslagen. Artikel 2:298 BW kent vier gronden voor ontslag. De bestuurder kan worden ontslagen:

  1. wegens verwaarlozing van zijn taak;
  2. wegens andere gewichtige redenen
  3. wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van zijn bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld; of
  4. wegens het niet of niet behoorlijk voldoen aan een door de voorzieningenrechter van de rechtbank ingevolge art. 297 gegeven bevel (deze grond ziet op het verzoek van het Openbaar Ministerie tot het verstrekken van inlichtingen.

Artikel 2:298 BW maakt het dus mogelijk op te treden tegen wanbeheer en andere tekortkomingen van bestuurders bij stichtingen. Hangende het onderzoek kan de rechtbank de bestuurder schorsen en voorlopige voorzieningen treffen (zoals het aanstellen van een tijdelijk bestuurder). Op grond van lid 3 van voornoemd artikel, kan de rechtbank bepalen dat de bestuurder die door de rechtbank wordt ontslagen in ieder geval gedurende vijf jaren na het ontslag van de stichting niet opnieuw bestuurder of commissaris van de stichting worden (het zogeheten ‘bestuursverbod’).

De Sywert-uitspraak

Aan het begin van de coronapandemie hebben Van Lienden en Damme de Stichting opgericht, die zich bezighield met het importeren van mondkapjes. Kort daarna hebben Van Lienden en Damme een commerciële onderneming opgericht met de naam Relief Goods Alliance B.V. (hierna: RGA). RGA hield zich eveneens bezig met het importeren van mondkapjes. Maar, in tegenstelling tot de Stichting, had de RGA wel een winstoogmerk. RGA is uiteindelijk gebruikt voor de veelbesproken mondkapjesdeal, een deal met de Nederlandse overheid om op grote schaal mondkapjes te importeren voor Nederlandse zorginstellingen.

In april 2022 hebben medewerkers van de Stichting de rechtbank verzocht de bestuurders te ontslaan. Eind april 2022 heeft de rechtbank in een eerste beschikking Van Lienden en Damme (hangende de procedure) geschorst en een tijdelijk bestuurder aangesteld.

De rechtbank oordeelt allereerst in haar uitspraak dat de medewerkers van de Stichting als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt en dus ontvankelijk zijn in hun verzoek.

Vervolgens stelt de rechtbank dat de Van Lienden en Damme onvoldoende voor ogen hebben gehad dat zij met de oprichting van de RGA als (indirect) aandeelhouders een belang verkregen dat conflicteerde met het belang van de Stichting. Volgens de rechtbank is de RGA immers een rechtstreekse concurrent van de Stichting. Van Lienden en Damme hebben zodoende een tegenstrijdig belang voor de Stichting doen ontstaan. Bovendien oordeelt de rechtbank dat het onderscheid tussen de Stichting en de RGA naar buiten onvoldoende duidelijk was.

Gezien het voorgaande oordeelt de rechtbank dat Van Lienden en Damme zich bij de vervulling van hun taak niet hebben gericht naar het belang van de Stichting door het creëren en laten voortbestaan van een belang dat tegenstrijdig was aan het belang van de Stichting. Volgens de rechtbank hebben de bestuurders ook in strijd met de statuten van de Stichting gehandeld. De rechtbank stelt dat zich daarom een ontslaggrond in de zin van artikel 2:298 BW voordoet (maar laat in het midden welke van de ontslaggronden van toepassing is).

Volgens de rechtbank hebben Van Lienden en Damme de belangen van de Stichting geschaad. De rechtbank ontslaat Van Lienden en Damme als bestuurders en legt een bestuursverbod van vijf jaar op.

Conclusie

Uit de Sywert-uitspraak blijkt hoe de rechter een verzoek tot het ontslag van een bestuurder van een stichting ingevolge artikel 2:298 BW beoordeelt. De rechtbank kijkt met name of de bestuurder de belangen van de stichting heeft geschaad. Gelet op de feiten die zich voor hebben gedaan rond de mondkapjesdeal van Sywert van Lienden, ziet de rechtbank voldoende aanleiding om te oordelen dat dit het geval is en maakt zij gebruik van haar bevoegdheid.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Annemarie’s recente berichten

Joëls recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten