icon

Wijzigingsvoorstellen voor de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

De Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 heeft haar geldigheidstermijn van ten hoogste vier jaar inmiddels bijna bereikt. Dit betekent dat per 1 januari 2024 een nieuwe Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 moet worden vastgesteld.

De Huisvestingsverordening Amsterdam bevat de regels omtrent verdeling van gereguleerde woningen en de regels van gebruik en wijziging van woonruimten. Hieronder bespreek ik een aantal belangrijke wijzigingsvoorstellen van het college ten aanzien van de haar beleid op de woonruimtevoorraad.

Vermindering maximaal aantal B&B per wijk met 30%

Het voorstel van het college is om de het maximum aantal B&B’s per wijk te verminderen met 30%. Achterliggende gedachte van het college is dat woningen bedoeld zijn om te wonen en de negatieve effecten van toeristische verhuur de leefbaarheid van de woonomgeving verminderd. Het voorstel van het college zou tot gevolg hebben dat in drukke delen van de stad, zoals in het centrum, geen B&B vergunningen meer worden verleend, tenzij er in die wijken ruimte vrijkomt door het intrekken van bestaande vergunningen.

B&B in zolderruimtes toegestaan

In de laatste jaren bestond veel onduidelijkheid over of een zolderruimte was toegestaan voor B&B. Het voorstel van de college is om de Huisvestingsverordening te voorzien van een duidelijk artikel en toelichting, waarmee zolderruimtes als B&B mogen worden gebruikt. Belangrijk is dat de zolderruimtes voldoen aan de bouwvoorschriften en de brandveiligheidseisen, waarbij de vluchtwegen en rookmelders moeten worden aangegeven op de plattegrond van de B&B. Voorafgaand aan het in gebruik nemen als B&B zal controle worden uitgevoerd waarbij voldaan moet zijn aan de eisen van de Huisvestingsvoorwaarden en de eisen van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving.

De verwachting is dat een eventueel quotum op B&B voorkomt dat er in de toekomst veel B&B’s in een zolderruimte erbij zullen komen

Verduidelijking grondgebonden woning bij woningvormen

Binnen de gemeente bestaat al langere tijd de wens om de voorraad grotere woningen in de stad te behouden, aangezien de grotere woning schaars zijn en gezinnen het moeilijk hebben om een passende en betaalbare woning te bieden. De voorwaarden van het woningvormen – het verbouwen van één woning naar meerdere woningen – zijn om die reden al in 2021 verscherpt. Destijds is er een onderscheid gemaakt tussen grondgebonden woningen en niet-grondgebonden woningen. Zo geldt voor grondgebonden woning de eis dat woningvormen alleen is toegestaan als de woning waaruit wordt gevormd een minimale oppervlakte heeft van 200 m² en de woningen gemiddeld 100 m² zijn.

In de praktijk blijkt dat de toepassing van het begrip ‘grondgebonden woning’ tot gevolg heeft dat bepaalde grotere gezinswoningen die weliswaar laag liggen, buiten het begrip vallen. Zo kan een grachtenpand met een souterrain en een opstapje al buiten de kwalificatie ‘grond gebonden’ vallen. Het voorstel is daarom om het begrip ‘grondgebonden woning’ te vervangen door ‘laaggelegen woning’, waardoor het bereik van de regeling wordt vergroot.

Aanpassingen van de regeling opkoopbescherming

Met de sinds 2022 ingevoerde regeling van opkoopbescherming heeft de gemeente Amsterdam beoogd om de verhuur van koopwoningen met een bepaalde WOZ-waarde (tot en met € 512.000,-) voor de duur van vier jaar onmogelijk te maken. In de praktijk blijkt dat de regeling op een aantal punten aanscherping en verduidelijking behoeft,

Een van de punten betreft hetgeen als uitgangspunt heeft te gelden als een WOZ-waarde ontbreekt, zoals bijvoorbeeld bij woonboten het geval is. Het voorstel van het college is om in dat geval de RRB (Roerende Ruimte Belasting) te gebruiken als maatstaf of de meest recente koopprijs te hanteren om te bepalen of de woning onder opkoopbescherming valt.

Daarnaast bestaat het voorstel om een vergunning voor woningvormen te kunnen weigeren als door het woningvormen de woning niet valt onder de opkoopbescherming. De huidige situatie maakt het immers mogelijk dat een woning die onder opkoopbescherming valt, waarvan de koper vervolgens twee woningen maakt, deze twee woningen niet onder de opkoopbescherming vallen. Er ontstaan immers twee woningen met nieuwe ROZ-waardes en de opkoopbescherming geldt dan pas weer vanaf het moment dat wordt verkocht. Het college acht dat juist niet het doel van de opkoopbescherming. Het voorstel is om een eigenaar die een vergunning vraagt voor woningvormen voor een huis dat valt onder opkoopbescherming, de opkoopbescherming voortaan een reden te laten zijn om de vergunning tot woningvormen te weigeren.

Afsluitend

Tot en met 16 juli 2023 hadden burgers de mogelijkheid om een reactie te geven op de voorstellen van het college. Het college is nu bezig de binnengekomen reacties te bestuderen, waarna er naar verwachting rond half oktober 2023 een Nota van Beantwoording bekend zal worden gemaakt.  De gemeenteraad zal zich vervolgens verder buigen over de naar aanleiding van de Nota van Beantwoording en (eventuele) gewijzigde voorstellen, wat uiteindelijk tot een definitief besluit moet gaan leiden. Vanaf 1 januari 2024 zal dan de nieuwe Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 van kracht moeten zijn.

Mochten er zich interessante ontwikkelingen voordoen, dan stellen wij u daar uiteraard van op de hoogte.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Wijzigingsvoorstellen voor de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief