icon

Amsterdam: Ruimte voor geschiedenis

Het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Amsterdam heeft de ontwerp-nota Ruimte voor geschiedenis, beleidsnota monumenten en archeologie Amsterdam 2005-2010 vrijgegeven voor inspraak. Alle ingezetenen van de gemeente Amsterdam en andere belanghebbenden kunnen inspreken.

In de ontwerp-nota is onder meer opgenomen dat, hoewel Amsterdam in vergelijking met andere grote monumentensteden nog nauwelijks gemeentelijke monumenten heeft aangewezen, de beperkte beschikbaarheid van subsidiebudgetten nog meer terughoudendheid in bescherming vereist. Amsterdam heeft zeer veel objecten die het waard zouden zijn om op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst te worden. Om financiële redenen zal een aantal van die panden echter toch buiten de boot gaan vallen. De panden zullen ook niet individueel beschermd worden; bij verbouwing hoeft voor de panden immers geen monumentenvergunning te worden aangevraagd.

Het College gaat streven naar een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Instrumenten als de Cultuurhistorische Effectrapportage, de ordenkaarten en het beschermd stads- en dorpgezicht kunnen daarbij betrokken worden. Individuele bescherming van objecten door aanwijzing als gemeentemonument zou daardoor achterwege kunnen blijven.
Opmerking verdient echter dat de genoemde instrumenten bij lange na niet dezelfde juridische bescherming bieden als die welke bij een individueel pand wordt geboden. Een beschermd stadsgezicht geeft bijvoorbeeld slechts de waarborg dat het geheel beschermd wordt door middel van een bestemmingsplan. Monumentale waarden binnen een pand zijn echter vogelvrij.
Er zal volgens de ontwerp-nota voorts worden gestreefd naar planmatig onderhoud van monumenten. Dit moet restauratie vervangen of uitstellen. Wel moet daarvoor eerst de bestaande technische achterstand verder worden ingelopen.
Het lastige is dat planmatig onderhoud moeilijk is af te dwingen bij de eigenaar van een monument. Een van de weinige mogelijkheden die de gemeente daarvoor heeft, is de in de gemeentelijke subsidieverordening opgenomen onderhouds-verplichting voor gerestaureerde monumenten. Maar deze geldt dus alleen voor de als zodanig aangewezen monumenten, terwijl het College in het aanwijzen als monument nu juist terughoudend wil zijn.

Geconcludeerd kan worden, dat de ontwerp-nota een verschraling van de Amsterdamse monumentenzorg inhoudt.


Annejet Lamme is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bestuursrecht

Amsterdam: Ruimte voor geschiedenis