icon

Rookbeleid en rookruimten

Roken op de werkplek blijft een heikel punt. Dat is niet alleen het geval op ons kantoor, maar ook bij de gemeente Schouwen-Duiveland. Het probleem was daar zelfs zo groot, dat de kwestie voor de rechter is gekomen.

Wat was er aan de hand ? De gemeente had in 2002 een nieuw gemeentehuis betrokken. In het kader van de verhuizing was voor deze lokatie ook een rookbeleid geformuleerd. Dat rookbeleid kwam er op neer dat enkele rookruimten werden ingericht, en dat het verder verboden was om in het gemeentehuis te roken. Dit rookbeleid zou jaarlijks moeten worden geëvalueerd, maar die evaluatie is vervolgens natuurlijk nooit uitgevoerd.

In 2004 is echter een nieuw college van B&W aangetreden, kennelijk van een zodanige politieke samenstelling dat zij een algeheel rookverbod nodig vonden in het gemeentehuis. Zij hebben dus, ondanks een negatief advies van de Ondernemingsraad, de rookruimten gesloten. Na het, twee maal herhaalde, negatieve advies van de ondernemingsraad, heeft geen constructief overleg plaatsgevonden. De gemeente vond dat ook niet nodig. Zij wilde door deze maatregel de niet-rokers beschermen, omdat schijnbaar in de omgeving van de rookkamers toch overlast bestond vanwege een rooklucht. Daarnaast zou er feitelijk sprake zijn van arbeidsverzuim van de rokers, omdat zij tijdens het roken niet bereikbaar zijn. Tot slot, aldus de gemeente, moeten de rokers tegen zichzelf worden beschermd.

Zo niet de kantonrechter. Deze is van mening dat de gemeente niet zonder nader onderzoek de rookruimte mag sluiten, zeker niet nu de jaarlijkse evaluaties ontbreken en nu de ondernemingsraad tot twee maal toe een negatief advies heeft gegeven. Het wordt de gemeente aangerekend dat er geen constructief overleg is gevoerd, terwijl de ondernemingsraad wel bereid is gebleken om constructief overleg te plegen. Daarbij kan een oplossing worden gezocht voor het (gestelde) arbeidsverzuim en rooklucht op de gang. Er kan bijvoorbeeld een tijdregistratie systeem worden aangelegd bij de rookruimte en een stevige luchtafvoer worden geplaatst. De gemeente moet dus zijn huiswerk over doen.

Ik was gecharmeerd van de volgende overweging van de kantonrechter: “De aanleiding van het voorgenomen besluit is dat een nieuw gevormd college van B&W in 2004 heeft gemeend aansluiting te zoeken bij het denken in de maatschappij over de schadelijkheid van het roken. (…) Daarmee wordt dit voorgenomen besluit in hoge mate symbolisch en politiek van aard. Een afweging van de concrete belangen binnen de organisatie ligt er niet aan ten grondslag.” De kantonrechter neemt dus duidelijk stelling tegen politiek gedreven handelen van de gemeente. Een nieuw college van B&W is nog geen aanleiding voor een geheel nieuw beleid, in ieder geval niet met betrekking tot het beleid van de gemeente als werkgever. Het te pas en te onpas aangehaalde “primaat van de politiek” moet dus wijken.


Jonathan Barth is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Rookbeleid en rookruimten