icon

Stadionverbod opgeschort, Deel II

In de bijdrage d.d. 13 april schreven wij al over het stadionverbod van de KNVB dat is geschorst door de Voorzieningenrechter te Utrecht. Destijds was slechts een verkort vonnis beschikbaar, en wij hebben nu ook kennis kunnen nemen van de motivering van de rechter.

Het eerste dat opvalt, is dat de Voorzieningenrechter de kwestie volledig plaatst in het civiele recht. Er is sprake van een overeenkomst in de vorm van het aanschaffen van een toegangskaartje. Op die overeenkomst zijn de Standaardvoorwaarden van de KNVB van toepassing, en daarin staat vermeld dat een stadionverbod wordt opgelegd aan alle personen omtrent wie het Openbaar Ministerie een melding verricht. Alle eisende voetbalsupporters waren destijds opgepakt, waarna het Openbaar Ministerie een melding verzond aan de KNVB. Vervolgens heeft de KNVB haar Standaardvoorwaarden toegepast, en een stadionverbod opgelegd.

Het eerste verweer van de eisers wordt verworpen. Zij waren van mening dat eerst een strafrechtelijke uitspraak definitief moet zijn, voordat kan worden besloten tot een stadionverbod. Iedereen is immers onschuldig totdat het tegendeel is bewezen. Volgens de Voorzieningenrechter is het stadionverbod een civiele sanctie, waarop de strafrechtelijke onschuldpresumptie niet van toepassing is. Uiteraard is het wel zo dat, in redelijkheid, het stadionverbod komt te vervallen als in rechte is komen vast te staan dat de betreffende persoon geen strafrechtelijke veroordeling krijgt (bijvoorbeeld door vrijspraak of sepot. Daarover is iedereen het eens, en dat is ook het beleid van de KNVB.

Waarom werd dan toch het stadionverbod geschorst ? De Voorzieningenrechter was in dit geval van mening dat er te veel twijfels waren aan de processen-verbaal die tegen de voetbalsupporters waren opgesteld. Het was te zeer onduidelijk welke feiten zij hadden gepleegd. De processen-verbaal maken geen van alle melding van een specifieke gedraging. Daarnaast hebben de getuigenverklaringen geen betrekking op eigen waarnemingen. Verklaringen van politie-agenten die bepaalde gedragingen hebben geconstateerd, ontbreken. Er waren ook nogal wat ontlastende verklaringen, die er op neer kwamen dat getuigen hebben vastgesteld dat slechts een kleine groep onruststokers het onheil heeft veroorzaakt. Al met al is er volgens de Voorzieningenrechter voldoende twijfel of de rechter uiteindelijk tot een veroordeling zal besluiten tegen de groep voetbalsupporters. De rechter schorst het stadionverbod.

Volgens ondergetekede heeft de rechter terecht de kwestie in het civiele recht geplaatst. De voetbalclubs mogen in principe toelaten wie zij willen. Als er een melding komt van het Openbaar Ministerie, kan de KNVB in principe een stadionverbod opleggen. In dit geval hadden echter kennelijk de politie en het Openbaar Ministerie de zaken onvoldoende specifiek kunnen verwerken, zodat het er de schijn van had dat de arrestaties (en dus daaropvolgende melding) voorbarig waren. Die onduidelijkheden heeft de rechter afgestraft. Ik blijf mij echter afvragen of dat wel terecht is. Als men het niet eens is met een stadionverbod op basis van een melding, dan moet men het Openbaar Ministerie dagvaarden om de melding ongedaan te maken. Het lijkt mij niet terecht dat de KNVB wordt teruggefloten, voor een eventuele vergissing van het Openbaar Ministerie. Men kan niet van de KNVB verlangen dat zij iedere melding van het Openbaar Ministerie controleert.


Jonathan Barth is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied contracten

Stadionverbod opgeschort, Deel II