icon

Hirsi Ali moet gebruik woning staken

Het is een hard gelag voor mevrouw Hirsi Ali. Zij moet het gebruik van de extra beveiligde woning (ebw) staken, die de Staat voor haar had geregeld. Die ebw was ingericht in een appartementencomplex in Den Haag, maar de bewoners hebben geprotesteerd tegen de aanwezigheid van Hirsi Ali. Volgens de bewoners bestaat er een reëel risico dat een aanslag op Hirsi Ali wordt gepleegd, is het risico reëel dat die aanslag wordt gepleegd in of op het appartementencomplex en is vervolgens evenzeer een reëel risico aanwezig dat de bewoners (afgeleid) slachtoffer worden van een dergelijke aanslag. De bewoners voelden zich onveilig in hun eigen woning. Zij vorderden dat de Staat het gebruik van het appartement als ebw zou staken, dan wel dat Hirsi Ali de woning zal verlaten

Het Gerechtshof in Den Haag volgt de bewoners gedeeltelijk. Er is wel degelijk sprake van een reëele dreiging en een reëele kans dat de bewoners (mede) slachtoffer worden van een eventuele aanslag. Daarmee is het gevoel van onveiligheid van de bewoners objectief gerechtvaardigd. Volgens het Gerechtshof is dit objectief gerechtvaardigde gevoel van onveiligheid uitsluitend veroorzaakt door de aanwezigheid van Hirsi Ali, en niet zozeer door het gebruik als ebw in het algemeen. Dit is in strijd met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van Mens (EVRM), dat het recht op respect voor de privé woning waarborgt. De Staat heeft Hirsi Ali in het complex gehuisvest en de Staat is dan ook verantwoordelijk voor deze inbreuk op het EVRM. Het Gerechtshof veroordeelt de Staat om het gebruik door Hirsi Ali binnen 4 maanden te staken.

Opvallend is dat het Hof uitgebreid ingaat op enkele bijkomende stellingen. Om te beginnen geeft het Hof aan dat deze kwestie uniek is; er wordt dus geen algemene regel gegeven. Het Hof heeft rekening gehouden met de omstandigheid dat Hirsi Ali, volgens de Staat, zo veel mogelijk maatschappelijk normaal moet functioneren en haar vrijheden moet kunnen uitoefenen. In dit geval, betekent het uitoefenen van die vrijheden onder andere dat Hirsi Ali als parlementslid moet kunnen functioneren. Dit betoog wordt afgewezen, omdat de Staat onvoldoende heeft aangetoond waarom het leven en de vrijheden van Hirsi Ali niet op een andere wijze kunnen worden gewaarborgd dan door huisvesting in dit specifieke appartement. Hier kan dus nog wat huiswerk worden gemaakt door de Staat.

Er is nog een andere uitweg voor de Staat. Artikel 8 EVRM lid 2, geeft de mogelijkheid om bij wet toch een inbreuk toe te staan op de woning onder de voorwaarde dat die inbreuk in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van, onder andere, de nationale veiligheid. Als de Staat zijn huiswerk goed doet, kan dat laatste wellicht wel worden aangetoond. De Staat zal dan wel een wettelijke basis moeten geven aan de inbreuk op de levenssfeer van andere bewoners.

Tot slot het navolgende. Men zou kunnen denken dat het Gerechtshof enig verwijt maakt aan het adres van Hirsi Ali. Dat kan ik echter niet in de uitspraak lezen. In dit geding was uitsluitend de Staat gedaagde, en niet mevrouw Hirsi Ali. Het Gerechtshof spreekt uitsluitend over de rol van de Staat. En hoewel men zeker anders kan aankijken tegen de afweging die is gemaakt, is het een feit dat er geen wettelijke basis bestaat voor de geconstateerde inbreuk op artikel 8 EVRM en dat niet is aangetoond dat deze inbreuk noodzakelijk is in een democratische samenleving. Dat laatste zal nog wel voor discussie kunnen zorgen, omdat de schijn van “not in my backyard” wel erg dichtbij komt. En dat verschijnsel hoort volgens sommigen niet thuis in een democratische samenleving.


Jonathan Barth is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bestuursrecht

Hirsi Ali moet gebruik woning staken