icon

De tandarts en het proeftijdbeding; een voorbeeld uit de praktijk.

Dat je een arbeidsovereenkomst met een proeftijd kunt beginnen om eens te kijken of een werknemer bevalt, dat weten we inmiddels wel, dat voor het aangaan van een dergelijk beding strenge regels gelden ook. Recentelijk werd een uitspraak van het Hof Amsterdam gepubliceerd die, omdat het een typisch praktijkgeval betrof, dit nog eens treffend illustreert.
De uitspraak is daarnaast interessant omdat tevens de vraag speelde in hoeverre een werknemer die niet werkt en ook niet aan heeft gegeven daartoe bereid te zijn, toch recht op loon kan hebben.

Hier betrof het een tandartsassistente die op 1 juli 2002 bij haar werkgever in dienst was getreden op basis van een arbeidsovereenkomst van zes maanden. Partijen waren daarbij een proeftijd overeengekomen van twee maanden. En daar ging het fout: de proeftijd had, omdat de arbeidsovereenkomst korter dan twee jaar zou duren, maximaal een maand mogen duren, en was dus nietig. Dat wil zeggen dat er in het geheel geen proeftijd wordt geacht te zijn overeengekomen, en dat vanaf de eerste werkdag de normale ontslag(beschermings)regels golden.

De tandarts, ontevreden met de prestaties van zijn assistente, had op 25 juli 2002 met een beroep op het proeftijdbeding de arbeidsovereenkomst opgezegd. Hij deed dat dus binnen die ene maand die de proeftijd zou hebben mogen duren, maar ja, nietig is nietig. Het is niet zo dat in plaats van de overeengekomen twee maanden dan de wel mogelijke één maand geldt.
De werkneemster deed vervolgens een beroep op de nietigheid van het proeftijdbeding en vorderde doorbetaling van loon tot 1 januari 2003, de datum dat de arbeidsovereenkomst oorspronkelijk had moeten eindigen. Zij deed dit echter pas op 11 oktober 2002 en heeft eerst bij die gelegenheid te kennen gegeven dat zij de overeengekomen werkzaamheden alsnog wilde verrichten.
De kantonrechter oordeelde (zoals te verwachten viel) dat het proeftijdbeding nietig was. Hij kende niet het volledige loon toe nu de voormalig assistente zich niet eerder dan in oktober bereid had verklaard de overeengekomen werkzaamheden te verrichten.

Het Hof oordeelde in hoger beroep op dit laatste punt anders.
Ik hoor u zeggen dat er geen aanspraak op loon bestaat over de periode waarin de bedongen arbeid niet is verricht. Dat is juist. Knap dat u dat wist; niet iedereen realiseert zich deze hoofdregel uit het arbeidsrecht. De wet bepaalt echter ook dat toch aanspraak op loon bestaat, indien de werknemer de bedongen arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor de rekening van de werkgever komt.
Naar het oordeel van het Hof was dit laatste het geval. Dat de werkneemster de bedongen werkzaamheden na 25 juli 2002 niet meer heeft verricht, had immers zijn oorzaak in het door de werkgever op onrechtmatige wijze aan haar verleende ontslag. Daarnaast moest er naar het oordeel van het Hof al vanuit worden gegaan dat, ook indien de werkneemster wel direct had aangegeven dat zij welwillend was om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten, de werkgever toch geen gebruik had gemaakt van haar bereidverklaring haar werkzaamheden te hervatten. De werkgever was namelijk juist tot het ontslag van de werkneemster gekomen, omdat hij oordeelde dat ze volstrekt ongeschikt was voor haar werkzaamheden.

De tandarts moest dus voor drie weken slecht werk, zes maanden salaris betalen, mét rente en kosten. En moest de kosten van de procedure dragen, die die zes maandsalarissen best eens zouden kunnen overtreffen. Laat u dus eerst goed informeren over de mogelijkheden van een proeftijdbeding in een arbeidsovereenkomst. Dit kan een hoop geld besparen.


Michel Visser is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

De tandarts en het proeftijdbeding; een voorbeeld uit de praktijk.