icon

Hedgefondsen en hun invloed op de Nederlandse beursgenoteerde bedrijven

Het is de laatste tijd regelmatig in het nieuws: Ahold en Stork liggen onder vuur. Hedgefondsen Centaurus en Paulson & Co hebben, als aandeelhouders, andere strategische inzichten en plannen voor deze bedrijven dan het management.

In het kort is een hedgefonds een speculatiefonds dat door het afdekken (“to hedge”) van prijs- en koersrisico’s winst behaalt voor zijn beleggers. Tegenwoordig belegt een hedgefonds op grond van strategieën. Eén van die strategieën is om met een klein belang in een (ondergewaardeerd) beursgenoteerd bedrijf het management te overtuigen van een andere aanpak door middel van aandeelhoudersactivisme. Die andere aanpak heeft vooral tot doel om op korte termijn winst te maken, die vervolgens aan de aandeelhouders (lees: de beleggers in het hedgefonds) uitgekeerd kan worden. Als je Paulson & Co en Centaurus mag geloven oefenen zij deze druk op het management niet met onverdeeld succes uit (interview in NRC Handelsblad van 16/17 september 2006 “De plaaggeesten van Ahold en Stork”).

In casu willen de hedgefondsen dat Ahold en Stork zich opsplitsen opdat zij een hoger rendement zullen gaan genereren. Het management van Stork en Ahold meent echter dat dit niet de juiste koers is voor hun bedrijven. Zij benadrukken dat de belangen van deze groep aandeelhouders uitsluitend gericht is op de korte termijn-winst. Het management daarentegen is ook gehouden de belangen van de zogenaamde stakeholders, bijvoorbeeld werknemers, mee te wegen.

Hoeveel invloed kan een kleine groep beleggers uitoefenen op het beleid van een bedrijf?
Zoals bekend is er in Nederland een roep om meer zeggenschap voor de aandeelhouder (Code Tabaksblat). Echter dit betekent niet dat aandeelhouders het geheel voor het zeggen krijgen. De interne organisatie van Nederlandse vennootschappen zorgt in beginsel voor een stabiele verhouding tussen de belangen die de verschillende organen -zoals bestuur, ondernemingsraad en aandeelhoudersvergadering- dienen te behartigen.
Vooralsnog voorzie ik dat de bestaande regelgeving voldoende is om te voorkomen dat een kleine groep beleggers het management kan dwingen tot een compleet andere koers. De instrumenten om meer zeggenschap te verkrijgen zijn er, maar deze zullen nog niet direct leiden tot het door deze groep beleggers beoogde en gewenste resultaat. Zo moeten Centaurus en Paulson eerst steun zoeken voor hun ideeën bij andere aandeelhouders om een meerderheid van stemmen te verkrijgen.

Vermeldenswaardig in dit verband is wel dat CDA en PvdA met plannen zijn gekomen om een extra beschermingswal toe te staan tegen overnames in “oorlogstijd”. Door certificering van de aandelen zouden beleggers verhinderd kunnen worden om hun stemrecht uit te oefenen. Het meest opmerkelijke in dit verband is ook dat de VEB (Vereniging voor Effectenbezitters) middels haar voorzitter De Vries heeft aangegeven dat hij niet tegen het toestaan van de extra beschermingswal is. Hij meent dat een onderneming meer is dan alleen een aandeel. Een onderneming betekent ook werkgelegenheid, nationaal belang, kennis en innovatie.

Het belang van meer zeggenschap voor aandeelhouders is duidelijk. Maar hoe en waar de grenzen liggen, daar verschillen kennelijk ook de aandeelhouders, gelet op de uitspraak van De Vries, onderling van mening over.


Stephanie Mekking is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied vennootschapsrecht

Hedgefondsen en hun invloed op de Nederlandse beursgenoteerde bedrijven