icon

Staatssteun aan woningbouwcorporaties: wie volgt ?

Het was wel te verwachten dat de Europese Commissie, na de melding in 2002 van destijds staatssecretaris Remkes, corporaties op de korrel zou nemen: de woningcorporaties genieten immers ter compensatie van hun publieke taak (ook wel geheten “diensten van algemeen economisch belang”) staatssteun. In zoverre concurreren zij zowel in de verhuur- maar ook in de verkoopsector met normale marktpartijen en hebben dientengevolge een enigszins verstorende voorkeurspositie die strijdig is met het verbod van art. 87 lid 1 EG-verdrag. Daarvoor is eigenlijk geen uitzonderingsregel of rechtvaardiging meer te vinden na het Altmark-arrest van 24 juli 2003. De Europese Commissie heeft op 14 juli 2005 aan de Nederlandse regering een brief gestuurd over die situatie waarin Nederland is opgedragen een aantal maatregelen te nemen:

– corporaties mogen alleen nog met staatssteun investeren ten behoeve van sociaal achtergestelde huishoudens,
– marktactiviteiten van corporaties in commerciële verhuur en verkoop moet onder marktvoorwaarden plaatsvinden, en
– structurele overcapaciteit van sociale woningen moet worden tegengegaan door verkoop.

Dit laatste is natuurlijk tegen het zere been van de minister, omdat daarmee enerzijds het woningbestand voor minder bedeelden wordt verkleind, maar anderzijds aan de woningcorporaties de gelegenheid wordt geboden om als commerciële marktpartij op te treden in het goedkope segment. Dit lokkertje is gezien de toenemende woningkrapte in dat segment extra aantrekkelijk geworden en stelt de corporaties in staat, als zij die instructie zouden opvolgen, om flink te verdienen en dat weer te steken in nieuwe – lees: duurdere – huur- of koopprojecten.

Maar zonder de gescheiden boekhouding voor de echt sociale sector en de commerciële activiteiten zullen woningcorporaties op grond van het Altmarkt-arrest in aanvaring komen met de stelregel dat alleen financiële compensatie door de overheid is toegelaten als die compensatie dient voor de meerkosten die de corporatie maakt bij de openbare dienstverlening. Dit wijkt af van de voormalige benadering van het begrip “staatssteun”.

Het lijkt wel dat woningcorporaties op de huidige voet niet door kunnen gaan en Nederland inderdaad passende maatregelen zal moeten opleggen waarbij het “financieringsgat” voor diensten van algemeen economisch belang zichtbaar moet worden gemaakt en van de commerciële activiteiten van projectontwikkeling, verkoop en verhuur zullen moeten worden gescheiden. Weinig reden tot vreugde voor de woningcorporaties, maar wel voor de commerciële marktpartijen.

De eerste vraag die echter rijst is of een tweedeling van de woningcorporaties in een minder bedeelde en rijke sector onder één leiding niet toch tot een versluiering van kosten en opbrengsten over de bedrijfsunits kunnen opleveren: er is een intensieve controle voor nodig om verschrijvingen van kosten en opbrengsten zichtbaar te maken. Ook gemeenten hebben jarenlang goedkope woningen gebouwd ten laste van de dure koopsector, hetgeen iedereen volstrekt normaal vond.

Een tweede vraag is, waarom nu uitgerekend woningbouw en met name die voor “sociaal achtergestelde huishoudens” zoals de minister in haar brief van 13 september 2005 schrijft op drie fronten moet worden aangepakt en niet de sluiksubsidiëring aan professionele voetbalclubs. De verliezen op stadionexploitaties worden immers in veel gevallen door gemeenten of provincies gedragen, dan wel door hun garanties gedekt: alleen dat is toegelaten staatssteun, zoals de Europese Commissie in haar beschikking van 4 april 2006 (Haaksbergen) heeft vastgesteld. En in het voetbal wordt het echt grote geld verdiend zonder dat de sociale sector daar beter van wordt. Kennelijk is voetbal (nog) onaantastbaar.


Jaap Rehbock is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bouwrecht

Staatssteun aan woningbouwcorporaties: wie volgt ?