icon

Opnieuw: wel of geen handen geven

U heeft het ongetwijfeld in de kranten gelezen: de Commissie Gelijke Behandeling heeft voor de derde keer dit jaar een uitspraak gedaan over de weigering van mensen om mensen van het andere geslacht een hand te geven. In de meest recente zaak ging het om een docente van een VMBO-school, die mannen geen hand (meer) wilde geven en om die reden werd geschorst.

Zowel de school als de docente vroegen het oordeel van de CGB, en die commissie oordeelde opnieuw dat de schorsing, of beter gezegd de verplichting wél handen te geven, een indirect onderscheid op grond van godsdienst opleverde. De school stelde dat haar doelstelling was het voorbereiden van haar leerlingen op de arbeidsmarkt, en dat die leerlingen daarom bekend moesten zijn met de omgangsvormen die op die arbeidsmarkt gebruikelijk zijn. Die doelstelling is op zich niet discriminerend, zo overweegt de CGB. Zowel in de uitspraak op het verzoek van de school als in de uitspraak op verzoek van de docente overweegt de CGB echter dat het voor het realiseren van die doelstelling niet noodzakelijk is dat docenten handen geven. Van discriminatie door de docente was geen sprake omdat zij had aangegeven ook vrouwen geen hand meer te zullen geven, en zowel mannen als vrouwen op een andere respectvolle wijze te zullen begroeten. Over de eerdere zaken dit jaar schreven wij in bijdragen op 29 maart en 19 oktober.

Zo op het eerste gezicht lijkt het alsof het niet geven van handen steeds vaker door de CGB wordt “toegestaan”. Eerder dit jaar ging het om een studente die wegens het niet geven van handen niet werd toegelaten; een docent gaat toch verder. Het feit dat de docente in kwestie al in dienst was toen zij besloot op grond van haar godsdienst mannen geen hand meer te geven speelt denk ik terecht geen rol, al kan ik me voorstellen dat zoiets voor een werkgever wel enigszins meespeelt. Betekent dit alles dat bedrijven van hun werknemers straks niet meer mogen verlangen dat zij relaties (mannen én vrouwen) een hand geven?

Mijn eerdere conclusie was dat die eis nog steeds kan worden gesteld, mits het geven van handen inderdaad noodzakelijk is voor de functie. Het is daarom verstandig dat werkgevers ook over dat aspect van een functie nadenken. Het gaat misschien wat ver om bij elke functiebeschrijving op te nemen of het geven van handen een noodzakelijk onderdeel is, maar die vraag kán zich bij elke functie voordoen – ook bij werknemers die al in dienst zijn.


Arco Siemons is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Opnieuw: wel of geen handen geven