icon

Hoofdconstructeur veroordeeld voor instorting balkons Maastricht

Op 13 maart heeft de Rechtbank Maastricht hoofdconstructeur B&S Constructies veroordeeld tot een boete van € 22.500,–. Het Openbaar Ministerie had zowel tegen B&S, tegen de hoofdaannemer als tegen bouwadviseur Kaskon hogere boetes geëist. De Rechtbank achtte B&S Constructies schuldig aan dood door schuld. Afgezien van de mogelijkheden van hoger beroep van B&S en hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen alle aangeklaagden, is civielrechtelijk hiermee de kous niet af. Het zal interessant zijn om de uitspraak van de Rechtbank of de Raad van Arbitrage te bestuderen omtrent de civielrechtelijke gevolgen van de thans in het strafproces gesignaleerde bouwfouten. Door de strafrechtelijke uitspraak staat immers in civielrechtelijke zin vast, dat de veroordeelde B&S onrechtmatig heeft gehandeld. Daarnaast is interessant om te zien hoe de overwegingen van de rechtbank doorwerken, dat weliswaar de instortingen mede zijn te wijten aan het handelen van de constructeur en aannemer maar dat dit geen strafrechtelijk verwijt oplevert. Mocht het tot een civiele veroordeling tegen de hoofdaannemer (Smeets Bouw) komen, dan zal deze zich uiteraard weer verhalen op de onderaannemer en/of het bouwadviesbureau en/of de constructeur.

Mede tengevolge van de – zonder persoonlijk letsel afgelopen – schade aan het Bos en Lommerplein te Amsterdam, hebben diverse deskundigen zich uitgelaten over een verbetering van het onderzoeksniveau door gemeenten van het bouwproces, maar ook naar de kwaliteit van de onderaannemers, de te berekenen en daadwerkelijk in het werk te brengen veiligheidsmarges en het terugdringen van de versnippering van de verantwoordelijkheden. Daarbij lijken meerdere aspecten over het hoofd te worden gezien.

Veel, al dan niet ingewikkelde, bouwvormen worden door een projectontwikkelaar en architectenbureau voorgekookt in een voorlopig ontwerp, gekoppeld aan een minutieus berekend budget. Daarna wordt dit ontwerp vaak in een bouwteam ondergebracht, alles beheerst door een bouwteamovereenkomst. In de gebruikelijke bouwteamovereenkomsten is de verantwoordelijkheid van alle partijen bij het uitontwikkelen van het ontwerp en het al dan niet gunnen aan de in het bouwteam zitting hebbende aannemer precies geregeld. Iedere partij heeft zijn eigen verantwoordelijkheid en kan daarop worden afgerekend. De vaste jurisprudentie van de Raad van Arbitrage volgt deze opzet: iedere partij is aansprakelijk voor zijn eigen expertise. En er zit uiteraard wel enige overlap in de kennis van de deelnemers, maar kennelijk is die overlap onvoldoende om een juiste controle op het ontwerp- en uitvoeringsproces te waarborgen. Wij zouden daarom pleiten voor een discussie over de vraag of in juridische zin de beperkte aansprakelijkheid van ieder bouwteamlid voor zijn eigen expertise moet worden doorbroken, althans om deze beperking niet geldig te laten zijn tegenover de (eind)afnemer en tegenover derden. Ieder lid van het bouwteam zou dan tegenover de eindafnemer hoofdelijk aansprakelijk te zijn voor het ontwerp- en uitvoeringsrisico. Behalve het bijkomende gevolg dat ieder bouwteamlid zich voor de volle 100% voor bijvoorbeeld (instortings-)risico's zal dienen te verzekeren, zal het in de praktijk ook tot gevolg hebben dat het ene bouwteamlid zich meer gaat verdiepen in de voorgeschreven constructies en werkwijzen van de ander. En dat komt de samenhang ten goede. Er wordt verder ook wel eens gesuggereerd dat dergelijke (ontwerp)verantwoordelijkheden, al dan niet indirect, feitelijk moeten worden afgeschoven naar gemeentelijke diensten. Dat lijkt ons echter geen goede zaak: daar kan immers in de praktijk door de gemeenten niet aan tegemoet worden gekomen en het risico hoort daar ook niet te liggen.


Jaap Rehbock is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bouwrecht

Hoofdconstructeur veroordeeld voor instorting balkons Maastricht