icon

Loyaliteitsdividendbonus van DSM gaat niet door

Aan aandelen in een B.V. of N.V. zijn in beginsel dezelfde rechten en plichten verbonden. De aandeelhouder heeft het recht om dividend te ontvangen en in de aandeelhoudersvergadering te stemmen; anderzijds is hij verplicht de aandelen vol te storten. Alleen als de statuten anders bepalen, mag er tussen aandelen onderscheid worden gemaakt. Maar ook die statutaire afwijkingen zijn aan regels gebonden.

Dat bleek deze week toen de Ondernemingskamer van het Gerechtshof in Amsterdam uitspraak deed in een zaak tegen Koninklijke DSM N.V. De zaak was aangespannen door een aantal van haar aandeelhouders die deel uitmaken van een Amerikaans beleggingsgroep. Deze aandeelhouders houden tezamen zo’n 2,3 procent van het gewone aandelenkapitaal van DSM.

In februari 2006 had DSM de mogelijkheden laten onderzoeken om langdurige aandeelhouders extra dividend toe te kennen. Op deze manier zouden personen en bedrijven die zich voor langere termijn aan DSM wilden binden, daarvoor kunnen worden beloond. Het bestuur van DSM bedacht de zogenaamde loyaliteitsdividendbonus. Aandelen die meer dan drie jaar worden gehouden door dezelfde aandeelhouder, komen in aanmerking voor een extra dividend van 10% per jaar.

Omdat dit zou betekenen dat sommige aandeelhouders anders zouden worden behandeld dan andere, was daarvoor een statutenwijziging nodig. De algemene vergadering van aandeelhouders moest die goedkeuren. Het voorstel voor deze statutenwijziging zou op 28 maart in stemming worden gebracht. Maar op dezelfde datum besliste de Ondernemingskamer dat dat niet doorging.

De Ondernemingskamer oordeelde dat op aandelen alleen anders mag worden beloond op basis van objectief aan het aandeel te verbinden eigenschappen die in de statuten worden genoemd. Het plan van DSM kende de loyaliteitsdividenbonus toe op basis van het feit dat de aandeelhouder in een bepaalde verhouding tot de vennootschap stond, namelijk de duur van zijn aandeelhouderschap. Het recht op een loyaliteitsdividendbonus werd dus niet bepaald door de soort van het aandeel, maar door omstandigheden die de houder van dat aandeel betreffen. Volgens de Ondernemingskamer is dat in strijd met de wet.

De Ondernemingskamer verbood DSM daarom de statutenwijziging op de agenda voor de aandeelhoudersvergadering in stemming te brengen. De loyaliteitsdividenbonus mag dus niet worden ingevoerd. Het bestuur van DSM heeft laten weten dat het zich bij de uitspraak van de rechter neerlegt.


Peter Bos is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied vennootschapsrecht

Loyaliteitsdividendbonus van DSM gaat niet door