icon

Gerechtshof Amsterdam maakt dubbelklapper inzake ABN AMRO

Zou het toeval zijn? Op donderdag 3 mei 2007 heeft het Gerechtshof Amsterdam tot twee keer toe ABN AMRO fors terecht gewezen. In zowel de World Online beursgang als in de overname perikelen rondom de bank zelf (en in het verlengde daarvan de verkoop van de Amerikaanse dochter LaSalle), werd ABN AMRO veroordeeld.

Hoe zat het ook alweer met World Online? In 2000 was dit de meest geruchtmakende beursintroductie in Nederland. In een storm van optimisme en publiciteit heeft World Online haar aandelen naar de beurs gebracht. De beursgang was zwaar overtekend, ondanks het feit dat de prospectus nauwelijks verkrijgbaar was. Kort na de introductie was echter gebleken dat de directeur Nina Brink een groot deel van haar aandelen had verkocht en dat er misschien ook wel ander nieuws was dat een (veel) minder optimistische kijk op de onderneming van World Online rechtvaardigden. De koers van het aandeel ging daarop door het ijs.

Het Gerechtshof heeft nu in de World Online zaak (klik hier) bepaald dat World Online, ABN AMRO en Goldman Sachs onrechtmatig hebben gehandeld jegens de beleggers die aandelen hebben gekocht in de periode tot 3 april 2000. Dit oordeel baseert het Hof op de overweging dat, kort gezegd, in de weken voorafgaand aan de beursintroductie onjuiste mededelingen zijn gedaan door Nina Brink en World Online. Het Gerechtshof: “Door de onduidelijkheid die Nina Brink heeft gecreëerd omtrent haar aandelenbezit, door onvolledige informatie over de loopbaan van Nina Brink in het prospectus op te nemen, door Telitel ten onrechte als dochtervennootschap in het definitieve prospectus te vermelden terwijl deze niet tot het World Online-concern mocht worden gerekend en doordat World Online een aantal suggestieve persberichten heeft uitgegeven waartegen ABN AMRO en Goldman Sachs niet zijn opgetreden, hebben Worldonline, ABN AMRO en Goldman Sachs een meer optimistisch beeld gecreëerd van de waarde en de toekomstverwachtingen van World Online dan gerechtvaardigd was..”

De passage die mij het meest is opgevallen: “Onbestreden is immers dat Nina Brink opdracht heeft gegeven aan de marketing managers van World Online om in de periode van de beursgang, zo mogelijk dagelijks, nieuws over World Online te publiceren, klaarblijkelijk om het aandeel World Online in de publieke belangstelling te houden. Nu de onder 2.11.2 aangehaalde persberichten alle gingen over allianties van World Online met andere, belangrijke, bedrijven en van deze aangekondigde allianties er vrijwel geen enkele was die enige werkelijke substantie had, kan het handelen van World Online als niet anders dan onzorgvuldig jegens de beleggers worden gekwalificeerd.” Tja, dan moet je het inderdaad zelf weten. Er zullen wel forse claims worden ingediend tegen de betrokkenen, waaronder ABN AMRO. Volgens de VEB zou er in totaal ongeveer E 2 miljard schade zijn geleden door de beleggers.

Ook de tweede uitspraak, ditmaal van de Ondernemingskamer, was buitengewoon ongunstig voor ABN AMRO. De Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat de verkoop van de Amerikaanse dochtermaatschappij LaSalle (klik hier) moet worden voorgelegd aan de aandeelhouders. De Ondernemingskamer geeft eerst een college over de corporate governance die volgens haar behoort te gelden. Kort gezegd, is de strategie van de onderneming het terrein van bestuur en eventueel raad van commissarissen. Die hebben daar dan een grote vrijheid, en de aandeelhouders kunnen zich daarmee slechts bemoeien binnen de grenzen van de wet of de statuten. Besluitvorming omtrent de (eigendom van) de aandelen behoort echter tot het exclusieve terrein van de aandeelhouders.

De vraag die zich hier voordeed, is of de verkoop van dochtervennootschap LaSalle een strategische kwestie is (zoals ABN AMRO betoogde) of dat het een kwestie is betreffende (de besluitvorming omtrent) de eigendom van de aandelen (zoals de VEB betoogde). Volgens de Ondernemingskamer hebben het bestuur en de raad van commissarissen door de bank “in de etalage te zetten” het normale strategische pad verlaten en zijn zij gekomen op het pad van (de besluitvorming omtrent) de eigendom van de aandelen en dus op het pad van de aandeelhouder. En omdat het bestuur en de raad van commissarissen op het pad van de aandeelhouder waren gekomen, moesten zij ook de aandeelhouders gelegenheid geven om zich uit te laten over de verkoop van LaSalle. Zij mochten niet een transactie aangaan die de aandeelhouders buitenspel zette.

Het heeft natuurlijk niet geholpen dat ABN AMRO in een persbericht van 24 januari 2007 nog had gemeld dat LaSalle “een van de grootste financiële holding maatschappijen in Noord Amerika in buitenlandse handen” is en dat het een belangrijk aandeel in de baten van ABN AMRO heeft. Dan kan je niet drie maanden later met goed fatsoen volhouden dat de verkoop géén belangrijke betekenis heeft.

Hoewel waarschijnijk de claims van de beleggers in World Online voor een deel verjaard zijn, zullen er ongetwijfeld forse claims worden neergelegd bij ABN AMRO. En volgens eigen zeggen kan ABN AMRO ook een forse claim tegemoet zien nu de verkoop van LaSalle is afgeblazen. Best handig dat alle grote advocatenkantoren zich naast ABN AMRO hebben gevestigd. Dan hoeven die ook niet zo ver te lopen …


Jonathan Barth is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied handel- en ondernemingsrecht

Gerechtshof Amsterdam maakt dubbelklapper inzake ABN AMRO