icon

Te lang wachten, geen verlenging ontruimingsperiode bij overige bedrijfsruimte

In een recente uitspraak besloot de rechter te Haarlem een verzoek tot verlenging van de ontruimingsperiode niet in te willigen, (mede) omdat de huurder te lang had gewacht met het op zoek gaan naar geschikte nieuwe huurruimte.

Er was een huurovereenkomst voor kantoorruimte aangegaan voor de duur van 3 jaar met einddatum 31 december 2006. Bij aangetekend schrijven van 29 december 2005 heeft de verhuurder de huur opgezegd tegen 31 december 2006 onder gelijktijdige aanzegging dat de bedrijfsruimte uiterlijk per 1 januari 2007 leeg en ontruimd moest worden opgeleverd.

De huurder verzocht de rechter de termijn van ontruiming te verlengen. Dat is de bescherming dat artikel 7:230a BW in dit soort situaties aan de huurder geeft. Voorwaarde voor toewijzing van zo'n verlengingsverzoek is dat de belangen van de huurder, en van de eventuele onderhuurder aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd, door de ontruiming ernstiger worden geschaad dan die van de verhuurder bij voortzetting van het gebruik door de huurder. Als de verhuurder echter aannemelijk maakt dat van hem niet kan worden gevergd dat de huurder langer het recht op het gebruik van de zaak behoudt, bijvoorbeeld omdat de huurder zich schuldig heeft gemaakt aan onbehoorlijk gebruik van het gehuurde, aan ernstige overlast of aan wanbetaling, dan heeft de rechter de verplichting het verzoek af te wijzen en komt de rechter niet aan de belangenafweging toe. Dit was hier niet het geval.

De huurder voerde als belangen voor de verlenging van de ontruimingsperiode aan:
– bekendheid locatie bij haar klanten;
– kosten van verhuizing en herinrichting;
– gedane investeringen die nog niet zijn afgeschreven

De rechter oordeelde dat de huurder geruime tijd de gelegenheid had gehad om naar andere bedrijfsruimte uit te zien. De huurder wist immers reeds in december 2005 dat de huur werd beëindigd. De huurder heeft echter pas in november 2006 daadwerkelijk stappen gezet om andere bedrijfsruimte te vinden. Dit komt naar het oordeel van de rechter geheel voor rekening van de huurder.

De rechter oordeelde voorts dat de belangen die de huurder naar voren heeft gebracht zeker reëel zijn, maar slechts algemene belangen zijn die voor iedere ondernemer bij ontruiming van bedrijfsruimte spelen. Zij vertegenwoordigen geen specifiek belang voor de huurder op grond waarvan de balans in haar voordeel zou moeten doorslaan. De belangen wegen naar het oordeel van de rechter niet op tegen de belangen die de verhuurder, als eigenaar van de bedrijfsruimte, bij beëindiging van de huurovereenkomst heeft gesteld.

Uit deze uitspraak volgt maar weer dat ook van een huurder een en ander mag worden verwacht wil een verzoek tot verlenging van de ontruimingsbescherming slagen. Wees daar als verhuurder bewust van. Zorg er als huurder voor dat, zodra je op de hoogte bent van de datum van het eindigen van de huurovereenkomst, je tijdig op zoek gaat naar geschikte andere bedrijfsruimte. Als het dan niet is gelukt om nieuwe geschikte ruimte te vinden, dan kan je dit in ieder geval aantonen in een eventuele procedure.


Michel Visser is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied huurrecht

Te lang wachten, geen verlenging ontruimingsperiode bij overige bedrijfsruimte