icon

De Kantonrechtersformule

Dat de kantonrechtersformule niet altijd uniform wordt toegepast is een bekend gegeven. Kantonrechters maken volop gebruik van de mogelijkheid die ze hebben vergoedingen vast te stellen die zij passend vinden, ofwel door een correctiefactor toe te passen, ofwel door de formule zelf aan te passen. (Zie onder andere ook een eerdere bijdrage daaromtrent). Het is mede daarom dat het ontslagstelsel volgens de minister op de schop moet.

Dat de kantonrechtersformule in zijn huidige vorm toch ook zijn goede kanten heeft en juist door de geboden flexibiliteit recht kan doen aan de feitelijke omstandigheden bij ontbinding van een arbeidsovereenkomst is geilllustreerd door een recente uitspraak van de Kantonrechter te Arnhem.
De landelijke aanbeveling van de Kring van Kantonrechters over de kantonrechtersformule geeft aan dat het uitgangspunt van de correctiefactor, bij een neutrale of kleurloze ontbinding, gelijk is aan 1. Is de kantonrechter van mening dat op basis van de bijzondere omstandigheden de toekenning van een vergoeding niet gerechtvaardigd is, dan wordt correctiefactor 0 (nul) toegepast. Meent de kantonrechter echter dat de omstandigheden een andere correctiefactor rechtvaardigt, dan zal de rechter een correctiefactor hanteren op basis van zijn eigen beoordeling van die bijzondere omstandigheden. De term “bijzondere omstandigheid” doelt volgens de aanbeveling van de Kring van kantonrechters op de verwijtbaarheid en de risicosfeer met betrekking tot het ontstaan van de reden voor ontbinding.

Bij de op 3 september 2007 gepubliceerde uitspraak betrof het een ontbindingsverzoek inzake een werknemer die instructies van zijn leidinggevende negeerde en geen juiste beroepshouding aannam, waardoor cliënten over hem geklaagd hadden. In dit geval was er echter nog meer aan de hand. De kantonrechter nam in zijn beoordeling van de omstandigheden die van invloed zijn op de correctiefactor namelijk mee dat de zaak door een manager van de werkgever uitvoerig in een lokaal dagblad van commentaar was voorzien. Dat gebeurde nog voor er een zitting had plaatsgevonden. In het stuk kwam ondermeer naar voren dat de werknemer zijn cliënten op zijn zachtst gezegd hardhandig zou hebben aangepakt, waarbij zelfs het woord mishandeling viel.

Het stuk in de krant was geen aanleiding voor het disfunctioneren van de werknemer, aangezien dat reeds geconstateerd was, maar werd door de werkgever wel genoemd als meewegende factor voor de reden van ontbinding. De kantonrechter stelde dat het stuk in de krant dermate belasterend was dat het van invloed moest zijn op de correctiefactor. Ondanks de ernst en de aard van de incidenten die aan de werknemer konden worden toegerekend die op zich en correctiefactor van minder dan 1 zouden rechtvaardigen stelde de kantonrechter de correctiefactor op 1, vanwege het belasterende karakter van het krantenartikel.

Hieruit blijkt dat de kantonrechtersformule, zelfs wanneer de uitkomst neutraal is, genuanceerde kwesties genuanceerd kan ondervangen.
De uitspraak maakt overigens tevens duidelijk dat – zolang kantonrechters deze mogelijkheid hebben – het voor werkgevers niet aan te raden is om het ontslag van een werknemer in een krant te bespreken. Op vragen van de journalistiek over een (dreigend) ontslag is voorlopig maar één goed antwoord te geven: “Geen commentaar!”


Benjamin van Leeuwen is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

De Kantonrechtersformule