icon

Is de drie en drie-regel nog veilig?

Invoering van de zogenaamde “drie en drie”-regel (een werkgever kan maximaal drie achtereenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd sluiten met een werknemer, in een periode van maximaal drie jaar) betekende in 1999 een belangrijke flexibilisering van de arbeidsverhoudingen. Voor die tijd was het zo dat één enkele verlenging binnen een maand na beëindiging van het voorgaande contract ertoe leidde dat de arbeidsovereenkomst niet meer automatisch eindigde.

Omdat de oude regel zo weinig ruimte bood werd vaak geprobeerd eronderuit te komen door draaideurconstructies, verlengingen “vermomd” als beëindigingsovereenkomst, vervanging door geheel nieuwe overeenkomsten met een langere looptijd, en door het stelselmatig inlassen van onderbrekingen van (net) meer dan een maand. Die laatste tactiek is onder het oude recht vaak “doorgeprikt” door de rechter, net als alle andere handelingen die werden gezien als ontduiking van de bescherming van de werknemer.

Bij invoering van de Flexwet vroegen we ons af of de nieuwe regel ook zo snel zou verwateren. In de praktijk kon je er niet meer echt van op aan dat een onderbreking van een maand voldoende was. In de parlementaire behandeling van de Flexwet stelde de regering dat zij niet verwachtte dat aan de nieuwe regel (een overeenkomst is pas nieuw meer dan drie maanden na een voorgaande) snel zou worden afgedaan. Met andere woorden: als er maar meer dan drie maanden tussen twee arbeidsovereenkomsten zit, hoef je over de drie en drie-regel geen zorgen te maken.

Er is tot nu toe inderdaad – voor zover bekend – nog geen uitspraak geweest van een rechter die ondanks een onderbreking van meer dan drie maanden toch een voortgezette arbeidsovereenkomst aanwezig achtte. Een recent arrest van de Hoge Raad brengt daarin geen verandering. In de zaak die daar speelde beriep de werknemer zich op een schijnhandeling (partijen hadden afgesproken dat de werknemer na een periode van meer dan drie maanden weer in dienst zou treden). De Hoge Raad oordeelde dat dit geen schijnhandeling was, en wees de vordering van de werknemer (die stelde dat hij inmiddels een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had) af.

Betekent dit dat de onderbreking van meer dan drie maanden altijd veilig is? Ja en nee. Ja omdat zelfs een uitdrukkelijke afspraak dat iemand na (meer dan) drie maanden weer in dienst treedt niet wordt gezien als ongeoorloofde ontduiking van de wet. Nee, omdat in deze zaak is geoordeeld dat het niet om een schijnhandeling ging – waarmee impliciet lijkt te worden uitgesproken dat als het wel om een schijnhandeling zou zijn gegaan, de onderbreking van drie maanden zonder betekenis zou zijn gebleven. Kortom: het risico lijkt niet groot, maar het blijft toch een beetje oppassen.


Arco Siemons is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Is de drie en drie-regel nog veilig?