icon

Bezwaar 'namens' een VvE

Als voorzitter van een Vereniging van Eigenaren of een bewonersvereniging kunt u in bestuursrechtelijke procedures de vereniging vertegenwoordigen, mits expliciet wordt vermeld dat u namens de vereniging spreekt. Het enkel vermelden van uw functie binnen de vereniging is niet voldoende om namens de vereniging te kunnen optreden. Dit heeft de rechtbank Den Haag in haar uitspraak 4 oktober 2007 bepaald.

In de voorliggende zaak gaat het om de aanleg van een busstation (waar busreizigers kunnen overstappen op de Randstadrail) nabij het Haga Ziekenhuis in Den Haag. Twee verenigingen van eigenaren zijn niet blij met de komst van een busstation pal voor hun deur. Hun voorzitters dienen tegen het ontwerpbesluit een zienswijze in. Dit doen zij onder vermelding van hun functie, waarbij zij expliciet vermelden dat zij namens de verenigingen van eigenaren optreden. De gemeente Den Haag neemt kennis van het standpunt van de vereniging en verleent van de geldende bestemmingsplannen vrijstelling voor het gebruik als busstation als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO).

Een vrijstellingsbesluit krachtens artikel 19 WRO moet worden voorbereid via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Dit betekent onder meer dat de gemeente een ontwerp van het vrijstellingsbesluit ter inzage moet leggen en dat daartegen zienswijzen kunnen worden ingediend. Maakt een gemeente gebruik van artikel 19 WRO om alleen een planologische vrijstelling te verlenen, zonder dat zij tegelijkertijd een bouwvergunning verleent, dan wordt de bezwaarfase overgeslagen. Is een belanghebbende het niet eens met het vrijstellingsbesluit, dan zal hij direct beroep bij de rechtbank moeten instellen. Voorwaarde is wel dat hij eerst een zienswijze moet hebben ingediend. Zo niet, dan is het beroep niet-ontvankelijk en volgt er geen inhoudelijke behandeling van het beroep.

De voorzitters stellen tegen het vrijstellingsbesluit van de gemeente Den Haag dan ook rechtstreeks beroep in. In het beroepschrift vermelden zij wederom hun functie binnen de verenigingen van eigenaren, maar schrijven nu niet dat zij namens de verenigingen optreden. Omdat het woord “namens” in het beroepschrift ontbreekt, is het beroepschrift niet door de verenigingen van eigenaars ingesteld, maar door de voorzitters als natuurlijke personen. Het feit dat zij in het beroepschrift hun functies binnen de verschillende verenigingen van eigenaren vermelden, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat zij namens die verenigingen beroep hebben ingesteld. De voorzitters zelf hebben echter geen zienswijze tegen het ontwerpbesluit ingediend. Om die reden verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

Voor deze verenigingen van eigenaren zal dit een teleurstellende uitspraak zijn geweest. Om dergelijke teleurstellingen te voorkomen, adviseren wij het volgende: Als u als voorzitter van een vereniging van eigenaren of een bewonersvereniging tegen een planologische vrijstelling ex artikel 19 WRO optreedt, vermeldt dan consequent in zowel de zienswijze als het beroepschrift dat u namens de vereniging handelt. Doet u dit niet, dan loopt u daarmee het risico een inhoudelijke behandeling van het beroep mis te lopen.

Er kan nog hoger beroep worden ingesteld.


Claudia Koenen is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bestuursrecht

Bezwaar 'namens' een VvE