icon

Werkgevers toch niet zo snel aansprakelijk (2)?

Enige tijd geleden bespraken wij in deze weblog de uitspraak van de Hoge Raad van 2 maart 2007 over aansprakelijkheid van de werkgever voor bedrijfsongevallen. Het ging in die zaak om een schoonmaakster die na een regenbui in het Arubaanse hotel waar ze werkte uitgleed op de gladde buitenvloer en waarvoor de werkgever niet aansprakelijk geacht werd ondanks het feit dat geen antisliplaag was aangebracht. Het leek er op dat de Hoge Raad oordeelde dat erknemers hun werkgever niet (zomaar) aansprakelijk konden stellen voor ongelukken die voorkomen hadden kunnen worden wanneer ze – om het maar huiselijk te zeggen – “gewoon een beetje hadden opgepast”. In dat kader vroegen wij ons af of de aansprakelijkheid van de werkgever voor door werknemers geleden schade wellicht wordt verlicht. Uit een recente uitspraak lijkt dat inderdaad het geval te zijn. In ieder geval lijkt er een duidelijke lijn te signaleren te zijn in de uitspraken van de Hoge Raad.

Een werknemer van Shell diende een lichte doos uit het magazijn te halen, maar verzuimde daarbij de daarvoor in het magazijn aanwezige hoge trap te gebruiken. In plaats daarvan gebruikte hij een lagere, minder stabiele trap. Daardoor zag hij niet dat op de doos die hij pakte nog een andere doos stond. Deze doos viel vervolgens naar beneden waardoor de werknemer ten val kwam en daarbij zijn knie verdraaide. Voor dit letsel stelde hij de werkgever aansprakelijk.

Of een werkgever in een dergelijk geval aansprakelijk is, wordt getoetst aan de vraag of de werkgever alle maatregelen heeft genomen om het ongeval te voorkomen. Onder dergelijke maatregelen wordt niet alleen verstaan het verstrekken van veilige hulpmiddelen (zoals een trap die aan de veiligheidseisen voldoet), maar ook het geven van instructies. De vraag die rechters in deze zaak dan ook verdeeld hield was of de werkgever instructies had moeten geven omtrent het gebruik van de veilige, hoge trap in het magazijn en of de werkgever de werknemer had moeten wijzen op de gevaren van het gebruiken van een lagere, minder stabiele trap.

De Hoge Raad oordeelde, gelijk het Hof, dat de werkgever niet aansprakelijk was en dat van de werkgever in redelijkheid niet verwacht kan worden dat er instructies worden gegeven omtrent een alledaagse handeling die eveneens veel in huishoudelijke sfeer voorkomt. Van een werknemer mag, aldus de Hoge Raad, verwacht worden dat hij een minimale voorzichtigheid betracht in dagelijks voorkomende situaties met een beperkt risico. De zorgplicht van de werkgever strekt derhalve niet zover dat alledaagse toevallige ongelukjes dienen te worden voorzien van een instructie.

Deze zogenaamde “huis-, tuin- en keukenongeluk-leer” is op zich niet nieuw. Zo oordeelde de Hoge Raad eerder dat de zorgplicht van een werkgever niet geschonden werd, wanneer niet was gewaarschuwd voor een nieuw of geslepen broodmes. Ook de eerder besproken uitspraak van de Hoge Raad over de Arubaanse schoonmaakster die uitgleed op een gladde buitenvloer valt onder deze leer te scharen. Van een verlichting van de aansprakelijkheid is sprake in die zin dat duidelijk is dat de Hoge Raad niet toe wil naar een risicoaansprakelijkheid van werkgevers voor alledaagse ongelukjes van werknemers. Maar het blijft oppassen als werkgever, voorzichtigheid is dus geboden!


Fleur Costa Baiôa is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Werkgevers toch niet zo snel aansprakelijk (2)?