icon

Gaat Wilders straks failliet?

Er is de afgelopen dagen een heleboel heen en weer geschreven over de mogelijkheden en onmogelijkheden van het verbieden van de Wilders film. En over de vraag of wel of niet kan worden afgedwongen of die tevoren aan een overheidsfunctionaris moet worden getoond. En over de vraag of dáár dan weer vooraf voorwaarden aan kunnen worden verbonden (Wilders wil wel tonen, maar alleen op voorwaarde dat de film vervolgens niet verboden wordt).

Voor mij staat vast (en ik geloof dat vrijwel alle publicisten het daarover eens zijn) dat vertoning vooraf op geen enkele manier zal kunnen worden afgedwongen. De Grondwet is duidelijk: “Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Als je niet vooraf gaand verlof nodig hebt, hoef je dus niet vooraf te laten zien; zo simpel is het.

Voorwaarden stellen aan een vrijwillige inzage is theoretisch denkbaar. Alleen… hoe ga je dat in het vat gieten? Privaatrechtelijk middels een overeenkomst? Met een boeteclausule erin? Ik vermoed dat zo’n overeenkomst weinig waarde heeft op het moment dat de overheid naar aanleiding van wat zij gezien heeft toch een verbod vordert. Als de overheid als overheid optreedt blijken puur privaatrechtelijke afspraken namelijk vaak te moeten wijken.

Nee, als we het hier toch over het privaatrecht hebben, dan is het tweede stukje van de bovengenoemde grondwetsbepaling veel interessanter: “behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet”. Dát deel van de bepaling betekent dat, zodra een openbaarmaking eenmaal heeft plaatsgehad, de publicist volledig afgerekend kan worden op hetgeen hij heeft gepubliceerd. Dat kan strafrechtelijk (ik maakte ooit voor mijn studenten Informatierecht een overzicht van alle “uitingsdelicten” in de ruimste zin van het woord uit het Wetboek van Strafrecht -dat zijn er vast meer dan u dacht-; in casu staat vooral Titel V in de belangstelling), maar ook civiel. Een uiting kan civiel onrechtmatig worden bevonden, hetgeen kan leiden tot een verbod, een rectificatieplicht, maar ook schadevergoeding.

In de praktijk gaat het bij dat laatste veelal om immateriële schade, door de publicatie ondervonden verdriet en schaamte, reputatieschade en dergelijke. Het kan echter ook concreter: als door een onrechtmatig bevonden publicatie een bedrijf bijvoorbeeld zijn omzet ziet dalen, is vergoeding van gederfde winst niet uitgesloten.

Hoe zit dat met verder verwijderde schade? Als straks de ruiten van ambassades sneuvelen door betogingen tegen de Wilders film, kan men dan de schade op Wilders verhalen? Als de film daadwerkelijk onrechtmatig zou worden bevonden is dat niet ondenkbaar. Wel zal er dan een causaal verband moeten worden aangetoond tussen de publicatie van Wilders en de geleden schade.
Dat lijkt eenvoudig: als de film er niet was geweest waren de ruiten niet gesneuveld. Maar juristen volgen op dat vlak niet de fysica. Zij kijken of de schade “in redelijkheid als gevolg van de onrechtmatige daad aan de pleger daarvan kan worden toegerekend”. Of dat zo is moet de rechter van geval tot geval uitmaken.

Als daadwerkelijk wordt toegerekend kan de heer Wilders nog proberen zijn WA-verzekeraar te laten uitbetalen. Ik vermoed echter dat zijn polis daar niet geheel op zal zijn toegesneden…

Heeft u vragen?

This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Gaat Wilders straks failliet?