icon

Koopovereenkomst woning moet schriftelijk

Sinds enkele jaren geldt dat de koop van een woning door iemand die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf schriftelijk moet worden aangegaan.
Overschrijding van dit (vorm)voorschrift brengt volgens de wet nietigheid van de overeenkomst met zich mee.

Het schriftelijkheidsvereiste is destijds in het leven geroepen om duidelijkheid te verschaffen over het moment waarop partijen overeenstemming hebben bereikt en over de aanvang van de bedenktijd van de koper. Kopers hebben sinds enkele jaren de mogelijkheid om een koopovereenkomst binnen drie dagen te ontbinden. De bedenktijd is door de wetgever in het leven geroepen om kopers te beschermen tegen overhaaste beslissingen. Dat het schriftelijkheidsvereiste voor aspirant kopers echter nog wel eens kan leiden tot een vervelende uitkomst blijkt uit het recente arrest van Hof Leeuwarden.

Het volgende was het geval.

Een echtpaar plaatst een advertentie in de krant, waarin zij aangeeft op zoek te zijn naar een woning. Een eigenaar van een woning reageert en geeft aan zijn woning wel te willen verkopen en noemt een vraagprijs.

In de daarop volgende maanden hebben partijen zowel per telefoon, per e-mail als persoonlijk contact over de aankoop van de woning.

In een telefonisch gesprek geeft de eigenaar van de woning te kennen dat hij het bod, dat door het echtpaar in een e-mail is gedaan, niet accepteert. Het echtpaar wil de woning echter heel graag kopen en stuurt diezelfde dag nog een e-mail waarin ze aangegeven: “Wij accepteren jouw bod/prijs van …”.

Voor de rechter stelt het echtpaar zich op het standpunt dat op laatstgenoemde dag tussen partijen een mondelinge overeenstemming is bereikt over de (ver)koop van de woning voor het in de e-mail aangegeven bedrag. Zij vorderen dat de eigenaar van de woning zal worden veroordeeld tot nakoming van de koopovereenkomst, dan wel dat hij wordt veroordeeld om met hen door te onderhandelen teneinde tot een perfecte koopovereenkomst te komen.

Het hof Leeuwarden stelt de aspirant kopers in het ongelijk. Hij oordeelt allereerst dat het bestaan van een mondelinge koopovereenkomst met betrekking tot de woning allerminst is komen vast te staan. Het hof wijst er daarbij op dat partijen een op onderdelen verschillende lezing geven van de inhoud van het laatste telefoongesprek.

Daarnaast geeft het hof aan dat het niet voldoen aan het vereiste tot schriftelijke vastlegging van de koopovereenkomst van een woning – behoudens uitzonderlijke omstandigheden, waarvan in deze zaak niet is gebleken – leidt tot nietigheid van de koop. Het ontbreken van een schriftelijke koopovereenkomst staat er volgens het hof aan in de weg dat de verkoper in geval van mondelinge overeenkomst gehouden zou zijn om de noodzakelijke medewerking voor totstandkoming van de koopovereenkomst te komen.

De uitspraak van het hof bevestigt nog maar weer eens het belang van het schriftelijk vastleggen van een koopovereenkomst. Indien het schriftelijkheidsvereiste niet is nageleefd, is de overeenkomst nietig. Het al dan niet bereiken van wilsovereenstemming over de koop kan een aspirant koper in een geval als deze niet helpen. Voor partijen, hier in het bijzonder de aspirant koper, is het dus zaak om altijd de koop vast te leggen in een tussen partijen opgemaakt schriftelijk stuk. Doen zij dit niet, dan lopen zij het grote risico om met lege handen achter te blijven.


Paulien Beunk is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied contracten

Koopovereenkomst woning moet schriftelijk