icon

Nogmaals: diefstal en ontslag op staande voet

Naar het zware middel van ontslag op staande voet mag een werkgever niet te snel grijpen. Voor een succesvol ontslag op staande voet is dan ook vereist dat een werknemer ernstig in de fout is gegaan. In een eerdere bijdrage hebben we al aangegeven dat diefstal normaal gesproken een reden voor ontslag op staande voet oplevert. De aanwezigheid van bepaalde omstandigheden, zoals bijvoorbeeld een psychische stoornis kan daarop een uitzondering vormen, maar zoals uit de hieronder besproken zaak blijkt is de kantonrechter niet altijd gevoelig voor dergelijke bijzondere omstandigheden.

De kantonrechter te Groningen boog zich onlangs over een zaak waar het draaide om diefstal door een werknemer van een bank. Toen de bank regelmatig kastekorten had geconstateerd kwam zij, na een onderzoek door haar bedrijfsrecherche, op het spoor van een werknemer die vervolgens bekende. In de personeelsregeling en gedragscode van de bank stond dat diefstal of fraude leidde tot ontslag. De bank ontsloeg de werknemer dan ook op staande voet.

De werknemer vorderde in kort geding wedertewerkstelling; de werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor het geval het ontslag op staande voet geen stand zou houden. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst voor zover vereist, zonder vergoeding. De rechter weigerde (uiteraard) de door de werknemer gevorderde wedertewerkstelling.

Op zich lijkt daar op het eerste gezicht weinig op af te dingen, zeker gezien de richtlijnen die de bank voor dergelijke gevallen had vastgesteld. Als we echter de details van dit specifieke geval onder de loep nemen dan blijkt dat een aantal bijzondere omstandigheden meespeelden.

Zo ging het hier om een tweetal incidenten waarbij de werknemer in totaal slechts € 35,- en wat munten uit de kas had genomen. De kantonrechter ging op de hoogte van de bedragen echter niet in.

Ook werkte de werknemer al 29 jaar bij de bank. In de eerder aangehaalde zaak overwoog de rechter dat het lange dienstverband een rol kan spelen, maar hier verhinderde dat lange dienstverband het ontslag dus niet. Dat een lang dienstverband niet altijd betekent dat een rechter meer begrip opbrengt voor een vergrijp zoals diefstal hebben we overigens al eens eerder bij de hand gehad.

De werknemer had ook nog gesteld dat hij het geld had weggenomen onder invloed van een psychische stoornis en bijbehorend zware medicijngebruik. Dat verweer zou er toe kunnen leiden dat de kantonrechter een vordering tot wedertewerkstelling zal toewijzen, maar in dit geval ging die vlieger niet op. De werknemer had volgens de kantonrechter namelijk verzuimd om de bank tijdig te informeren over zijn medicijngebruik en de mogelijke gevolgen daarvan. Hij deed dat pas nadat hij aan de tand was gevoeld door de bedrijfsrecherche. Daardoor kon zijn werkgever ook niets doen ter vermijding van problemen zoals het onderhavige.

Met deze uitspraken is natuurlijk geen definitief oordeel gegeven over het ontslag op staande voet (dat kan alleen in een bodemprocedure); de uitspraken in kort geding en ontbindingsprocedure geven echter wel aan dat het ontslag in dit geval terecht was, en dat bijzondere omstandigheden (die er wel waren) daar niet aan af hoeven te doen.

De uitspraak is gepubliceerd in JAR 2008, nr. 80.


Benjamin van Leeuwen is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Nogmaals: diefstal en ontslag op staande voet