icon

Koper is nog geen eigenaar; aanbetaling niet altijd verstandig…

Bij overeenkomsten die de bedoeling hebben dat goederen van eigenaar wisselen, maken juristen onderscheid tussen de zogenaamde obligatoire fase en de goederenrechtelijke fase. De belangrijkste van deze overeenkomsten is de koop. In de eerste fase wordt de koopovereenkomst gesloten: de verkoper verplicht zich om een zaak te leveren; de koper verplicht zich om een koopprijs te betalen. Hoewel deze fase juridisch grote gevolgen heeft, is er van buiten nog niets zichtbaar. Dat is pas het geval in de tweede fase: op dat moment hebben verkoper en koper de bedoeling om de eigendom van de zaak daadwerkelijk te doen overgaan en verrichten zij daarvoor één of meerdere handelingen.

Bij het gros van de koopovereenkomsten is dit onderscheid niet merkbaar. Het zal de meeste mensen ook weinig kunnen schelen of zij van een pak suiker eigenaar worden op het moment dat zij het uit de schappen van de supermarkt halen, op het moment dat zij ervoor betalen, op het moment dat zij de winkel verlaten of ergens daartussenin. Maar bij de koop van een woning (of andere onroerende zaak) ligt het anders en ook als er een faillissement dreigt, kan blijken dat wel degelijk van belang is wanneer de eigendom nu precies overgaat.

Vrijwel iedereen weet dat de koper van een woning na zijn eerste bezoek aan de notaris nog weinig reden heeft om de champagnefles te ontkurken. Die eerste keer tekent hij immers “slechts” wat in de wandeling het voorlopig koopcontract wordt genoemd. Pas de tweede keer, als de leveringsakte wordt getekend en die vervolgens door de notaris in het kadaster wordt ingeschreven, wisselt de eigendom. Het eerste document wordt – ten onrechte – voorlopig koopcontract genoemd omdat veelal wordt gedacht dat de definitieve koop pas bij de leveringsakte tot stand komt. Maar dat is een misvatting. Al bij ondertekening van het eerste document zit de koper aan de koop vast. Het is wel zo dat er voor particulieren enkele jaren geleden een bedenktijd van drie dagen is ingevoerd en er vaak financieringsvoorbehouden worden opgenomen.

Zo omslachtig als het met onroerende zaken is, zo simpel is het bij roerende zaken. Zo wordt de koper van een auto al eigenaar op het moment dat hij het sleuteltje van de vorige eigenaar ontvangt. Daarvoor is niet nodig, zoals vaak wordt gedacht, dat hij in het kentekenregister als de nieuwe eigenaar wordt ingeschreven. Ook bij andere roerende zaken (een fiets, een theepot, een golfbal) gaat de eigendom over door simpelweg de afgifte van de betreffende zaak. Of de koper ervoor betaald heeft, is dus niet relevant.

En dat laatste is waar het vaak misgaat als de verkoper failliet gaat. Het is vrij algemeen bekend dat een aanbetaling verdwijnt in het grote zwarte gat van het faillissement, zoals het wel wordt genoemd. Maar zelfs als de volledige koopsom is betaald en na het faillissement alleen de levering nog moet plaats vinden, vist de koper achter het net. De Faillissementswet verbiedt namelijk ook in dat geval de curator in het faillissement van de verkoper om de koper de eigendom van de vooruitbetaalde zaak te verschaffen.

Dus als u niet zeker bent van de kredietwaardigheid van uw leverancier, doe dan geen aanbetalingen. U bent er niet toe verplicht en het is al helemaal niet nodig dat u het volledige aankoopbedrag vooruit voldoet.


Peter Bos is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied contracten

Koper is nog geen eigenaar; aanbetaling niet altijd verstandig…