icon

Monopolie online-gokken blijft vooralsnog in handen van de Staat

Nadat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in maart 2007 besloot dat het éénvergunningstelsel op grond waarvan Holland Casino een staatsmonopolie op casino’s in Nederland heeft, door de beugel kon, mocht de Hoge Raad zich onlangs over een vergelijkbare kwestie uitlaten.

In zijn arrest van 13 juni 2008 boog de Hoge Raad zich over een geschil tussen een wedkantoor uit het Verenigd Koninkrijk en de Nederlandse Lotto. De Lotto had in 2003 het Britse wedkantoor gedagvaard en geëist dat dit wedkantoor geen Nederlanders mocht laten deelnemen aan kansspelen die onder andere via het internet werden aanboden. Die eis was gebaseerd op het feit dat de Britse wedkantoor niet over de in Nederland vereiste vergunning beschikte. De Nederlandse Lotto is in Nederland de enige aan wie de vergunning voor het aanbieden van kansspelen is verleend.

De Nederlandse rechter oordeelde in de bodemprocedure en in het hoger beroep dat het Britse wedkantoor blokkeringsmaatregelen moest treffen, omdat zij inderdaad niet beschikte over de juiste vergunning. Daardoor werd het voor Nederlandse ingezetenen niet (zonder meer) mogelijk om te wedden via de website van het Britse wedkantoor.

Het wedkantoor stelde tegen het arrest van het gerechtshof cassatie in, met als hoofdargument dat het Nederlandse éénvergunningstelsel in strijd zou zijn met de Europese regelgeving. Ook was het wedkantoor van mening dat zij de Wet op de Kansspelen niet overtrad.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest een aantal zaken overwogen. Zo is er bij de toepassing van het Neder-landse éénvergunningstelsel geen sprake van discriminatie, omdat er geen onderscheidt wordt gemaakt tussen Nederlandse en buitenlandse bedrijven. Het is immers “een ieder” verboden om zonder vergunning kansspelen aan te bieden. Ook stond voor de Hoge Raad vast dat het wedkantoor de Wet op de Kansspelen wel degelijk overtrad door kansspelen aan te bieden zonder de vereiste vergunning.

Om over een aantal andere klachten van het Britse wedkantoor een definitieve uitspraak te kunnen doen heeft de Hoge Raad echter een aantal prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie. Die vragen gingen onder andere de effectiviteit en evenredigheid van het Nederlandse beleid in de strijd tegen gokverslaving en illegale kansspelen. Ook wilde de Hoge Raad opheldering over de vraag of het EG-recht zo moet worden uitgelegd dat een de Nederlandse bevoegde autoriteit een wedkantoor toegang tot de Nederlandse markt mag weigeren, ondanks dat het wedkantoor in een andere lidstaat wel een vergunning heeft voor het aanbieden van kansspelen.

Het gaat in dit stadium dus nog wat te ver om te zeggen dat de Hoge Raad het Nederlandse beleid met betrekking tot het aanbieden van kansspelen definitief heeft veiliggesteld. Pas zodra het Hof van Justitie de vragen van de Hoge Raad heeft beantwoord kan er met zekerheid een uitspraak worden gedaan over het Nederlandse éénvergunningstelsel. Het blijft dus nog enige tijd spannend voor de Lotto en de Nederlandse staatskas.

Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen in deze zaak. In elk geval blijft het voorlopig de Nederlandse staat die bepaalt wie er kansspelen mag aanbieden op internet, of op welke andere wijze dan ook. Wordt zeker vervolgd.


Benjamin van Leeuwen is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied vennootschapsrecht

Monopolie online-gokken blijft vooralsnog in handen van de Staat