icon

Hoe zit dat nou met dat downloaden?

Vaste lezers van mijn bijdragen op deze weblog hebben het ad nauseam herhaald gezien: muziek en films van internet downloaden voor eigen gebruik is toegestaan. Bij ieder stukje dat ik schreef over acties van BREIN maakte ik weer duidelijk dat het hier ging om maatregelen tegen een uploader (dus iemand die materiaal voor downloaden beschikbaar stelt) en dat downloaders zich, vanwege het bepaalde in artikel 16c van de Auteurswet, geen zorgen hoefden maken. Het zal voor velen van u dan ook als een schok gekomen zijn dat de Rechtbank Den Haag afgelopen vrijdag een vonnis wees waarin dergelijk downloaden opeens als illegaal werd aangemerkt!.

Welnu: de schok was voor mij (en voor 99% van de auteursrecht-geleerden) niet minder groot. Je kunt gerust zeggen dat er in auteursrechtland sprake is van de nodige beroering naar aanleiding van het vonnis (waarbij de afkeurende geluiden overigens overheersen).
Wat is hier aan de hand?

Laten we eerst eens kijken wat de rechtbank precies geoordeeld heeft. Het gaat om de volgende passage uit het vonnis:
De rechtbank stelt voorop dat het maken van een privé-kopie van illegaal materiaal een illegale handeling is. Deze handeling valt niet onder de werkingssfeer van artikel 16c Aw. In de parlementaire geschiedenis zijn weliswaar aanknopingspunten te vinden voor een andere uitleg, maar de door de minister voorgestane en door de regering onderschreven uitleg, waarbij ervan wordt uitgegaan dat een privé-kopie van een illegale bron legaal is, is in strijd met de drie-stappen-toets van artikel 5 lid 5 van de Richtlijn.

Dat is ferme taal. Zoals één van de commentatoren op de uitspraak het verwoordde: in feite zegt de rechter dus: “de minister van Justitie heeft er niks van begrepen, ik snap het beter en het zit zo.”

Hoe zit het dan volgens de rechters? Welnu: ons Nederlandse auteursrecht wordt al vele jaren sterk beïnvloed door Europese Richtlijnen. Eén van die richtlijnen (over auteursrecht in de informatiemaatschappij) bepaalt dat in de auteursrechtwetgeving weliswaar beperkingen mogen worden opgenomen op de rechten van de auteur, maar dat deze moeten voldoen aan de zogenaamde
drie-stappen-toets. Die houdt in dat bij de beperking moet worden gekeken of deze
1. zich beperkt tot “bepaalde bijzondere gevallen”,
2. geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van de werken en
3. de wettige belangen van de rechthebbende niet onredelijk schaadt.
Volgens de rechters voldoet het voor eigen gebruik downloaden van illegaal via internet verkrijgbaar materiaal niet aan deze criteria. En kan het dus niet vallen onder de beperking van artikel 16c. En is downloaden van beschermd werk dus illegaal.

Even los van de mogelijke inhoudelijke merites van deze uitspraak: de uitspraak gaat in ieder geval lijnrecht in tegen de opvattingen van de minister van justitie. Die antwoordde in juli vorig jaar nog op Kamervragen dat de drie-stappen-toets bij het vaststellen van artikel 16c Auteurswet keurig was toegepast (zie voor een volledig overzicht terzake het artikel en de links op de onvolprezen Internetrecht-blog Ius Mentis van Arnoud Engelfriet).

En ook overigens hapert het allemaal een beetje. We downloaden immers niet gratis op basis van 16c Auteurswet, maar betalen daar wel degelijk voor, via de heffing op de blanco beeld- en geluidsdragers. Daaruit worden (via de stichting Thuiskopie) de rechthebbenden gecompenseerd. Is daarmee dan nog altijd niet voldaan aan de eisen van de drie-stappen-toets? Dat wordt in de commentaren in twijfel getrokken.

“En hoe is deze uitspraak nu tot stand gekomen?”, vraagt u zich misschien af. “Ging het om een arme bijstandsmoeder die voor haar kinderen de laatste K3-hit had gedownload en nu door BREIN voor de rechter werd gesleept?” Niets daarvan. De casus ging helemaal niet over downloaden, maar over die bovengenoemde vergoeding die producenten van blanco beeld- en geluidsdragers moeten betalen aan de Stichting Thuiskopie. Zij vonden de huidige vergoeding te hoog en wilden dat de rechter zou vaststellen welke vormen van “eigen gebruik” bij het vaststellen daarvan wel en niet zouden mogen worden meegerekend. Dat is tegelijk het wonderlijke: in de casus die voorlag had de rechter prima tot een uitspraak daarover kunnen komen zonder zich zo keihard uit te laten tegen de heersende leer over het privé downloaden.

“Moet ik mij als downloader nu zorgen maken?”– Tja, dat moest u toch al een beetje, want er valt tegenwoordig al bijna niet meer te downloaden zonder tegelijk ook voor download beschikbaar te stellen (en dus min of meer te uploaden). Maar los daarvan: het zal zo`n vaart wel niet lopen. Eerst maar eens kijken of de zaak wordt voortgezet; de rechtbank Den Haag is tenslotte de Hoge Raad (of het Europees Hof van Justitie) nog niet.
U heeft de minister van justitie voorlopig in ieder geval aan uw zijde…

Hoe zit dat nou met dat downloaden?