icon

Dat kan goedkoper (3)

Er is een richtlijn vastgesteld over de maximale vergoeding van proceskosten in Intellectuele Eigendom zaken. Een landelijk overleg van de rechtbanken heeft o.a. bepaald dat voor een eenvoudig kort geding in beginsel maximaal € 6.000,- zal worden vergoed (zie voor de overige tarieven nader hieronder). De richtlijn is een handreiking: er mag door de rechter van worden afgeweken. Die moet dat dan echter wel speciaal motiveren. De richtlijn gaat 1 augustus aanstaande in. Octrooizaken zijn expliciet uitgezonderd: daar komt wellicht nog een speciale richtlijn voor. Ook de behandeling in hoger beroep valt niet onder de richtlijn.

Er staan een paar leuke extra’s in de richtlijn. Zo is expliciet vermeld dat het feit dat onbewust inbreuk is gepleegd op een IE recht geen reden is om niet toch gewoon het maximum aan proceskosten-vergoeding op te leggen. Ook het feit dat de verliezer partij (veel) minder kapitaalkrachtig is dan de winnaar vormt daarvoor geen reden. En de (voor mij onverklaarbare) uitsmijter: als de gevorderde proceskosten niet door de tegenpartij worden bestreden kan gewoon het hele gevorderde bedrag worden opgelegd. Oppassen dus, collegae!

Wij schreven al regelmatig over die proceskosten-veroordeling in IE zaken. U weet dan ook dat het feit dat in IE-zaken “de verliezer geheel betaalt” bijzonder is. Buiten de IE-wereld krijgt de winnaar slechts een forfaitair bedrag, dat doorgaans vele malen lager is dan de werkelijk gemaakte kosten. Die verschillende behandeling is een gevolg van een Europese Richtlijn en heeft al tot toewijzing van forse bedragen geleid.

Dat wij hier vaker over hebben geschreven komt omdat rechters niettemin al snel begonnen met het “matigen” van de geëiste vergoedingen. Zij vonden de door de advocaten bestede en in rekening gebrachte uren in veel gevallen niet redelijk (zie hier een nogal heftig voorbeeld). Dat had, wat hen betreft, best wat minder en dus goedkoper gekund. Hoewel zich bij dat matigen wel een zekere lijn begon af te tekenen waren er toch nog grote verschillen tussen rechters.

Dat is nu per 1 augustus dus afgelopen, althans behoorlijk ingeperkt. De nieuwe richtlijn is overigens tot stand gekomen in overleg met de Nederlandse Orde van Advocaten. De tarieven kunnen halfjaarlijks worden aangepast, indien daar aanleiding toe bestaat.

Voor de volledigheid in het onderstaande de complete indicatietarieven (dan weet u ook waar u aan begint, als u niet zo’n sterke zaak hebt):

“eenvoudig kort geding: maximaal € 6.000
overige korte gedingen: maximaal € 15.000
eenvoudige bodemzaak zonder repliek en dupliek: maximaal € 8.000
overige bodemzaken zonder repliek en dupliek: maximaal € 20.000
eenvoudige bodemzaak met repliek, dupliek en/of pleidooi: maximaal € 10.000
overige bodemzaken met repliek, dupliek en/of pleidooi: maximaal € 25.000″

Heeft u vragen?

This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Dat kan goedkoper (3)