icon

Faillissement en ontslag (1)

Het faillissement van een B.V. heeft begrijpelijkerwijs grote gevolgen voor het personeel van de failliet. Meestal zal de curator het personeel immers ontslaan met machtiging van de rechter-commissaris. In de praktijk blijkt dat het aanvragen van een eigen faillissement zo nu en dan oneigenlijk wordt gebruikt om goedkoop van het personeel af te komen. Een goed voorbeeld daarvan is terug te vinden in een recente uitspraak van de Rechtbank Utrecht.

Het betrof een besloten vennootschap waarvan de bestuurders hadden geconcludeerd dat de B.V. niet goed draaide en dat voortzetting van de B.V. geen optie was. Zij kozen er vervolgens voor om het faillissement voor de B.V. aan te vragen, omdat dat een betere (lees: goedkopere) oplossing zou zijn dan bijvoorbeeld het ontslaan van al het personeel. Bij een faillissement zal de failliet in ieder geval in de toestand moeten verkeren dat hij opgehouden is te betalen. Maar dat was hier niet het geval.

De B.V. werd niettemin op eigen aangifte failliet verklaard en de curator ontsloeg al het personeel met machtiging van de rechter-commissaris. Dat personeel liet het er echter niet bij zitten en vorderde een schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad dan wel kennelijk onredelijk ontslag. De curator weigerde echter om alsnog een (ontslag)vergoeding toe te kennen en dus stapten de werknemers naar de rechter.

De B.V. mocht volgens de rechtbank wel kiezen voor het staken van haar activiteiten, maar dat had zij op een andere wijze moeten doen. De B.V. verkeerde immers niet in de toestand dat zij was opgehouden te betalen. Het was daardoor volgens de rechtbank aannemelijk dat het faillissement enkel was aangevraagd om van het personeel af te komen. Daarmee heeft de B.V. haar bevoegdheid tot het aanvragen van het faillissement misbruikt en een onrechtmatige daad gepleegd.

De schadevergoeding vanwege het ten onrechte aangevraagde faillissement bestond uit de ontslagvergoeding die de werknemers bij een “normale” beëindiging (C=1 onder de oude kantonrechtersformule) van de arbeidsovereenkomst zouden krijgen. Dat lijkt ook niet meer dan redelijk.

Opvallend is hier dat het resultaat van de procedure is dat de vordering van de werknemers op de lijst van erkende schuldeisers in het faillissement terecht kwam, terwijl in dit geval de bestuurders (in samenwerking met de aandeelhouders) door het faillissement aan te vragen een onrechtmatige daad hebben gepleegd. De vordering die uiteindelijk werd toegewezen was echter gericht tegen de B.V. (althans dier faillissementscurator) en niet tegen de bestuurders.


Benjamin van Leeuwen is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bedrijven in moeilijkheden

Faillissement en ontslag (1)