icon

De nieuwe insolventiewet en de huurovereenkomst (2)

Zoals ik schreef in mijn vorige weblog over dit onderwerp kan een verhuurder de insolvente huurder er niet uit zetten als de huurder de huurpenningen heeft voldaan. Ik ga hier in op een ander aspect van bescherming van de insolvente huurder.

Tijdens de afkoelingsperiode is de verhuurder niet bevoegd de huurovereenkomst te beëindiging wegens huurachterstand die is ontstaan vóór de insolventverklaring. De afkoelingsperiode heeft, net als onder het huidige recht, tot doel de bewindvoerder de tijd te geven om een mogelijke voortzetting of verkoop van het bedrijf te onderzoeken. Door deze bepaling wordt het reorganiserend vermogen van de bewindvoerder bij insolventie van onderneming versterkt. Als de verhuurder in de afkoelingsperiode wel de huur wel zou kunnen beëindigen, zou hij in wezen een monopoliepositie hebben en ten koste van andere crediteuren zijn huurtermijnen voldaan kunnen krijgen, wat in strijd is met het beginsel van gelijkheid van crediteuren.

Anders dan onder het huidige recht begint de afkoelingsperiode in de toekomst automatisch vanaf het moment van insolventverklaring, en duurt een maand. De bewindvoerder hoeft daarvoor dus geen machtiging meer te vragen. De rechter-commissaris kan die periode overigens verlengen tot maximaal drie maanden. Gedurende de afkoelingsperiode kunnen derden zich slechts met toestemming van de bewindvoerder verhalen op goederen van de insolvent, en goederen opeisen. De verhuurder kan wel de rechter-commissaris verzoeken toestemming te verlenen de huur te beëindigen.

Veel huurovereenkomsten bevatten een bepaling dat de overeenkomst eindigt in geval van insolventie; gedurende de afkoelingsperiode blijft zo'n bepaling buiten toepassing. Indien een overeenkomst op grond van zo'n bepaling is geëindigd binnen een maand voor insolventverklaring, is de bewindvoerder bevoegd de overeenkomst alsnog op gelijke voorwaarden te doen voortzetten voor ten hoogste de afkoelingsperiode. Voor een natuurlijke persoon gelden de beperking overigens niet alleen tijdens de afkoelingsperiode maar ook daarna.

De bevoegdheden van een verhuurder zijn dus in de afkoelingsperiode beperkt.


Stephanie Mekking is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bedrijven in moeilijkheden

De nieuwe insolventiewet en de huurovereenkomst (2)