icon

Hoge Raad: Billen knijpen mag (soms)

In een recent arrest van 10 juli 2009 heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat het in de billen knijpen van een werknemer in casu niet getuigde van slecht werkgeverschap en niet moest worden gezien als seksuele intimidatie.

Bij de Leprastichting deed zich tijdens de kerstborrel in 2002 het volgende incident voor. Bij het binnentreden van de slechts met kaarslicht verlichte recreatiezaal kneep de directeur van de Stichting een werknemer in de bil waarbij hij een opmerking maakte over de verlichting in de trant van dat het wel een “dark room” leek. Naar aanleiding hiervan diende de werknemer een klacht in bij het bestuur van de Stichting. Het bestuur sprak zijn afkeuring over de billenknijper uit en gaf aan dat een herhaling in welke vorm ook de positie van de directeur onhoudbaar zou maken. Verder gaf het bestuur aan erop te vertrouwen dat de directeur zijn verantwoordelijkheid zou nemen en actief zou streven naar herstel van de goede werkverhouding tussen hem en de werknemer.

De directeur is in dit laatste niet geslaagd, blijkens het feit dat de werknemer zich enige maanden later ziek meldde en door de arbo-arts werd geconstateerd dat sprake was van ziekte veroorzaakt door een conflictsituatie op het werk, destijds nog situationele arbeidsongeschiktheid genaamd. Een en ander leidde uiteindelijk tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst waarbij de rechter uitdrukkelijk overwoog dat eventueel geleden immateriële schade en pensioenschade buiten beschouwing was gelaten bij het vaststellen van de vergoeding.

Hierop dagvaardde de werknemer de Lepra Stichting, stelde onder meer dat er sprake was geweest van seksuele intimidatie en vorderde zowel materiële als immateriële schade, respectievelijk begroot op € 266.730,- bruto en € 5.000,- netto. Zowel de kantonrechter als het Hof wezen de vorderingen van de werknemer af omdat de vastgestelde feiten en omstandigheden in hun ogen niet het oordeel konden dragen dat sprake was van seksuele intimidatie.

De Hoge Raad kan zich hierin vinden. In artikel 646 van boek 7 BW is een verbod neergelegd op seksuele intimidatie. Hieronder wordt blijkens de wettekst verstaan enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd. De omstandigheden waaronder de kneep in de bil was geschied waren niet zodanig dat deze hieronder konden worden geschaard waarmee niet aan de voorwaarden voor seksuele intimidatie was voldaan.

De werknemer betoogde verder nog dat het er niet om ging hoe de aandacht was bedoeld maar hoe deze werd ervaren door de werknemer zelf. Noch het Hof noch de Hoge Raad zijn dit met de werknemer eens. Omdat de gedraging voor de bestuurder geen enkele seksuele lading had, en dit gezien de feiten en omstandigheden waaronder de kneep in de bil geschiedde ook niet aannemelijk was, was geen sprake van seksuele intimidatie, ongeacht hetgeen de werknemer hierover zelf heeft ervaren.

Al met al heeft deze kneep in de bil een dermate lange nasleep gehad dat wel mag worden aangenomen dat de bestuurder voorlopig wel uit zijn hoofd zal laten om zich ooit nog aan een dergelijke gedraging schuldig te maken….


Liesbeth Heidstra is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Hoge Raad: Billen knijpen mag (soms)