icon

Verschoningsrecht voor mediators?

Advocaten kunnen niet gedwongen worden in rechte te getuigen over zaken die hun door hun clienten in vertrouwen zijn meegedeeld. Zij hebben, zoals dat wordt genoemd een “verschoningsrecht”, dat samenhangt met hun beroepsgeheim.
Juist het feit dat hun clienten weten dat zij hun advocaat “alles kunnen vertellen” maakt het de advocaat mogelijk zijn werk goed te doen.

Mediators hebben een geheel andere relatie met hun “clienten”. Anders dan advocaten staan zij niet aan één kant; zij bemiddelen juist tussen twee stijdende partijen. Wel is het voor een succesvolle mediation van belang dat zaken die tijdens een bemiddelingstraject aan de orde worden gesteld , of uitspraken die de partijen doen niet in een eventueel (tóch) volgende procedure tégen hen gebruikt kunnen worden. Partijen sluiten daarom normaalgesproken aan het begin van een mediationtraject een overeenkomst tot geheimhouding.

Hoogleraar Ton Jongbloed, oprichter van het Utrecht Mediation and Negotiation Programme van de Universiteit Utrecht, is van mening dat dat niet voldoende waarborgen biedt; hij vindt dat mediators een wettelijk verschoningsrecht zouden moeten hebben.
Daarvoor zou wel nodig zijn dat de toegang tot het beroep Mediator wettelijk geregeld is, en dat er een tuchtrechterlijke controle is. Mogelijk komt die wettelijke basis er: er is een EU-richtlijn die uiterlijk 21 mei 2011 geleid hebben tot een kaderwet voor internationale mediations.

Hoewel de Nederlandse overheid tot nu toe uitgesproken terughoudend is geweest in het wettelijk regelen van dit beroep, is het dus mogelijk dat, als internationale mediations wettelijk geregeld worden, de “gewone, binnenlandse” bemiddelingen niet achter kunnen blijven. Bij een wettelijke inkadering zullen er naar alle waarschijnlijkheid zwaardere eisen gesteld worden aan mediators dan nu het geval is. We zijn benieuwd.

Heeft u vragen?

This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Verschoningsrecht voor mediators?