icon

Nieuwe taak Hoge Raad

U zult het in de kranten hebben gelezen: als het aan de (demissionaire) minister ligt krijgt de Hoge Raad er een taak (of, zo je wilt, een bevoegdheid) bij, namelijk het beantwoorden van zogenaamde prejudiciële vragen van lagere rechters. Dat betekent een ingrijpende verandering van de rechtspraak zoals we die nu kennen – op papier althans.

Het huidige systeem is bekend: in het algemeen doet de rechtbank uitspraak in eerste aanleg, hoger beroep dient voor het Gerechtshof, en de Hoge Raad spreekt recht na beroep in cassatie. Bij cassatierechtspraak worden de feiten niet nog een keer onderzocht; de Hoge Raad beoordeelt alleen maar of het recht juist is toegepast, dan wel of de lagere rechter (meestal dus het Gerechtshof) zijn uitspraak deugdelijk heeft gemotiveerd.

Bij de nieuw voorgestelde regeling gaat het om dat eerste aspect: de vraag of het recht goed is toegepast. Op dat punt heeft de Hoge Raad een zogenaamde rechtsvormende taak, namelijk tot het uitleggen of invullen van wetsbepalingen. Een beroemd voorbeeld daarvan (althans voor juristen van mijn generatie) is de invulling die de Hoge Raad aan het begin van de vorige eeuw gaf aan het begrip “onrechtmatige daad”. Dat begrip was in de wet niet uitgelegd, en tot 1919 gold als norm dat “onrechtmatig” betekende “in strijd met een rechtsplicht”. In 1919 rekte de Hoge Raad dat aanzienlijk op door ervan te maken “in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt”.

(Voor de goede orde: ik ben zelf niet van begin vorige eeuw. Toen ik studeerde stond de definitie van “onrechtmatige daad” niet in de wet, en was de uitspraak van de Hoge Raad uit 1919 nog steeds de (basis)norm. Nadien, bij de herziening van het Burgerlijk Wetboek in de jaren negentig van de vorige eeuw, is het criterium in de wet verankerd.)

Onder het huidige recht moet een procedure dus helemaal doorlopen worden voordat de Hoge Raad zich over dat soort vragen kan uitlaten. Onder het voorgestelde systeem kan een lagere rechter direct zelf aan de Hoge Raad vragen wat (bijvoorbeeld) “onrechtmatig” betekent (althans, een vraag die nog niet is beantwoord). Doel van de regeling is de rechtsgang te versnellen: als de Hoge Raad direct in de lopende procedure al vragen beantwoordt, zo is de gedachte, hoeft aan het einde van de (appèl)procedure niet nog eens cassatie te worden ingesteld. De regeling zal ongetwijfeld de invloed van de Hoge Raad op de lagere rechtspraak ook versterken: of een vraag aan de Hoge Raad wordt voorgelegd is dan niet meer afhankelijk van de partijen, maar van de lagere rechter die vindt dat de Hoge Raad uitspraak moet doen.

Of de regeling de kwaliteit van de rechtspraak zal verbeteren is wel een beetje de vraag. NRC Handelsblad stelde gisteravond in zijn hoofdredactioneel commentaar, naar mijn mening terecht, dat op deze manier een (essentieel) deel van de discussie over rechtsvragen wordt overgeslagen. Normaal gesproken laten eerst lagere rechters zich hierover uit, en als het om wezenlijke zaken gaat, ook gezaghebbende juristen. Als een lagere rechter een vraag aan de Hoge Raad stelt, wordt die fase overgeslagen. Bovendien: de totale rechtsgang wordt wellicht bekort, maar de procedure waarin de vraag wordt gesteld zal er aanzienlijk langer door worden.

We zullen moeten afwachten wat het voor de praktijk gaat betekenen. Voor de meeste zaken (waarin het meer gaat om feiten c.q. uitleg daarvan) zal het weinig verschil maken.


Arco Siemons is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied column

Nieuwe taak Hoge Raad