icon

Stadion waarin Oranje vanmiddag tegen Brazilië speelt

Oranje speelt vanmiddag zijn kwartfinale wedstrijd tegen Brazilië in het Nelson Mandela Baystadion in de havenplaats Port Elizabeth.

Aan de bouw van het stadion kleeft ook een beetje Oranjegevoel, zoals blijkt uit een artikel van begin vorige maand van Ad Tissink in Cobouw.

Het stadion is gebouwd door een aannemerscombinatie waarvan ook een Nederlandse aannemer (BAM) deel uitmaakte. Het stadion heeft 45.000 zitplaatsen, en met een bouwtijd van iets meer dan 2 jaar is het ‘t snelst gebouwde stadion in zijn categorie ooit, zegt men.

Om deze korte bouwtijd te bereiken hebben de aannemers getracht het bouwproces op alle fronten te optimaliseren. Zo kwamen ze bijvoorbeeld op het idee om de betonnen liggers die de tribune dragen niet ter plaatse te storten, maar prefab uit te voeren. Daartoe richtten ze een kleine betonfabriek in, precies op de plaats waar nu de middenstip is. Op die manier konden de geprefabriceerde elementen met twee rupskranen op hun plek worden gezet, en daarmee was de beheersing van het bouwproces -zowel wat betreft snelheid als kwaliteit – beter gegarandeerd.

Zoals de meeste stadions heeft ook het Nelson Mandela Baystadion een zeer opvallend dak. Het bestaat uit stalen vakwerkspanten bekleed met aluminiumplaten, waarbij de ruimte tussen de spanten is ingevuld met gespannen PTFE-folie.

De architect had bij het ontwerp de nationale bloem Protea in gedachten, maar de gewone burger ziet er sinds de oplevering vooral de zeilen van een schip in (niet geheel onverklaarbaar in een havenplaats).

Voor de bouw van het dak was door de opdrachtgever (de gemeente Port Elizabeth) een aparte, Australische onderaanneemster aangewezen. Deze liet de spanten maken door een staalbouwer uit Koeweit, en schakelde voor de folie een Japanse leverancier in. Dat maakte de communicatie tussen partijen tamelijk complex.

De spanten werden vanuit Koeweit verscheept als een bouwpakket van duizenden buizen en staven dat ter plekke met boutverbindingen in elkaar moest worden gezet. Alles diende precies genummerd en gelabeld te worden, want anders zou de montage uitmonden in een chaos.

Toen de spanten overeind stonden, moest daarna de aluminium dakbedekking nog worden aangebracht. Vanaf hun betonnen basis torenen de gebogen vakwerken ruim 35 meter hoger, en kragen ze maar liefst 55 meter uit. Bovendien verlopen ze van 22 meter breedte aan de basis naar 2 meter boven het veld. Dat maakte ze erg lastig bereikbaar met kranen, en dus werd besloten de afwerking met getrainde klimmers uit te voeren.

De aannemers hadden er 150 nodig, maar konden er slechts 50 werven, en daarom namen zij de beslissing het benodigde personeel dan maar zelf op te leiden. Tijdens een twee weken durende opleiding in een klasje naast de bouwplaats werden nog eens 100 bouwvakkers opgeleid in het klimmen en afdalen langs touwen.

Het is allemaal een groot succes geworden, want ongevallen zijn er niet gebeurd, en dat is toch wel een beetje een wonder als men zich realiseert dat 150 man maandenlang hoog boven de grond soms halsbrekende toeren hebben moeten uithalen om aluminiumplaten en zeil op de juiste plek te krijgen.

Het bouwen van het stadion, met name het dak, was dus een kunststukje, waarop wij als Nederlanders best een beetje trots mogen zijn.

Met de grasmat, voor het spel uiteraard het belangrijkst, gaat het helaas niet zo goed hoorde ik gisteren op het nieuws, hoewel Van Marwijk vanmorgen zei dat de mat weliswaar slecht was, maar hem niet tegenviel.

Hoe dan ook, laten we hopen dat Nederland vanmiddag wint in dit zo fraaie stadion.


Charles Smit is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied column

Stadion waarin Oranje vanmiddag tegen Brazilië speelt