icon

Algemene voorwaarden: het blijft oppassen

Wie een beroep doet op onredelijke bezwarendheid van een beding in de algemene voorwaarden, dient dit gemotiveerd te doen. De enkele stelling dat het betreffende beding onredelijk bezwarend is waarbij slechts wordt ingegaan op de feitelijke omstandigheden ten tijde en direct voorafgaande aan de beëindiging, is niet voldoende. Dat oordeelde de kantonrechter van de Rechtbank Arnhem deze zomer.

Het betrof hier een (overigens vrij eenvoudige) zaak waarbij een slager met een bedrijf een overeenkomst had gesloten over de huur en onderhoud van bedrijfskleding. In de van toepassing zijnde algemene voorwaarden van het kledingverhuurbedrijf stond dat de opdrachtgever bij beëindiging van de overeenkomst de verplichting had om de gehuurde kleding tegen een vergoeding over te nemen. Op basis van deze regeling kon, indien de kleding niet ouder was dan een jaar, de vergoeding tot 100% van de nieuwwaarde oplopen.

Nadat de slager met onmiddellijke ingang de overeenkomst had opgezegd, bracht het kledingverhuurbedrijf de overnamekosten van de kleding in rekening. Dit was niet helemaal wat de slager voor ogen had en hij weigerde te betalen. Eenmaal voor de kantonrechter deed hij een beroep op de onredelijke bezwarendheid van het betreffende beding, zodat het beding volgens de slager vernietigbaar was. Hij stelde dat bij het voeren van de (uiteindelijk mislukte) onderhandelingen voor een nieuwe overeenkomst het kledingverhuurbedrijf niet had aangegeven dat bij het niet slagen van de onderhandelingen en bij beëindiging van de overeenkomst een vergoeding zou zijn verschuldigd. Tevens onderbouwde de slager zijn beroep door te stellen dat de kleding was verouderd en geen waarde meer vertegenwoordigde.

De kantonrechter oordeelde dat de slager zijn stelling dat sprake was van onredelijke bezwarendheid op grond van artikel 6:233 sub a BW, niet voldoende had onderbouwd. In voornoemd artikel is kortweg opgenomen dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is als het gelet op de inhoud, de wijze van totstandkoming, de wederzijdse kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. De slager had volgens het oordeel van de kantonrechter echter slechts feitelijke omstandigheden ten tijde en direct voorafgaande aan de beëindiging aangedragen en niets gesteld over het beding van de aanvang af, hetgeen voor een succesvol beroep wel is vereist. Wat betreft de eventuele strijd met de redelijkheid en de billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW) op grond waarvan het beding onaanvaardbaar zou zijn, stelde de kantonrechter allereerst dat hij een dergelijke toetsing terughoudend moet uitvoeren; hij kan derhalve slechts marginaal toetsen. Van strijd met de redelijkheid en de billijkheid was volgens de kantonrechter geen sprake. De slager was bekend met het beding, ook dat dit zou inhouden dat hij oude(re) kleding zou moeten vergoeden. Daarnaast oordeelde de kantonrechter dat niet zonder meer kon worden geoordeeld dat een beroep op het overnamebeding door het kledingverhuurbedrijf onaanvaardbaar is enkel en alleen omdat deze een voordeel voor het bedrijf zou opleveren.

Al met al blijft het oppassen met algemene voorwaarden en gaat het aloude adagium op: bezint eer ge begint.


Paulien Beunk is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied vennootschapsrecht

Algemene voorwaarden: het blijft oppassen