icon

Nieuwe rol gemeenten in onderhoud VVE's (deel 2)

Vorige week schreven wij al over het wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Woningwet inzake het plegen van onderhoud door verenigingen van eigenaars. Ik besteed nadere aandacht aan de daarin voorziene nieuwe bestuursrechtelijke bevoegdheden voor burgemeester en wethouders.

Burgemeester en wethouders kunnen een vereniging van eigenaars van een gebouw dat is gelegen in een gebied waarin de leefbaarheid naar hun oordeel onder druk staat verplichten een onderhoudsplan te laten vaststellen door een deskundige. Voorts is voorzien in de mogelijkheid voor burgemeester en wethouders af te dwingen dat dit onderhoudsplan wordt uitgevoerd. Tenminste de volgende kanttekeningen kunnen worden gemaakt.

Ten eerste is in de wet niet gedefinieerd wat moet worden verstaan onder een gebied waarin de leefbaarheid onder druk staat. Dit wordt aan een beoordeling door burgemeester en wethouders overgelaten. Uit de memorie van toelichting kan worden afgeleid dat men hier wellicht een “Vogelaarwijk” op het oog heeft, maar het staat zeker niet vast dat dit tot deze wijken beperkt is.

Voorts is alleen het ontbreken van een onderhoudsplan voldoende om de bevoegdheid te laten ontstaan. Of er daadwerkelijk sprake is van een onderhoudsachterstand en of deze onderhoudsachterstand zodanig is dat het uitblijven van voorzieningen niet langer verantwoord is, doet volgens de voorgestelde bepaling niet ter zake. De vrijheid een gebouw naar eigen inzicht te onderhouden wordt hiermee bijzonder ingeperkt.

Nadat een onderhoudsplan is opgesteld, kunnen burgemeester en wethouders de uitvoering ervan afdwingen. Indien dit wordt vergeleken met de bestaande bevoegdheid van burgemeester en wethouders een huiseigenaar te verplichten voorzieningen te treffen valt het volgende op. De bestaande bevoegdheid tot aanschrijving is expliciet gekoppeld aan de normering in het bouwbesluit. Alleen indien de staat van het betrokken gebouw niet voldoet aan bepaalde kwaliteitsnormen van het bouwbesluit komt toepassing van het aanschrijvingsinstrument in zicht. De nieuwe bevoegdheid een onderhoudsplan te laten vaststellen en dit vervolgens laten uitvoeren is niet gekoppeld aan deze normering in het bouwbesluit. Zoals beschreven, voldoende is dat het gebouw in een bepaald gebied ligt en er geen onderhoudsplan is. Daarnaast geldt bij de bestaande aanschrijvingbevoegdheid dat de te treffen voorzieningen noodzakelijk zijn. Deze eis wordt niet gesteld bij het opleggen van een verplichting aan een vereniging van eigenaars een onderhoudsplan uit te voeren.

Aldus bestaan er wat betreft de mogelijkheden tot het opleggen van voorzieningen opmerkelijke, redelijkerwijze niet te verantwoorden, verschillen tussen de bevoegdheden ten aanzien van een huiseigenaar en die ten aanzien van een vereniging van eigenaars. Burgemeester en wethouders kunnen via het onderhoudsplan ten aanzien van een gebouw in beheer bij een vereniging van eigenaars veel verdergaande voorzieningen treffen dan ten aanzien van een in hetzelfde gebied gelegen gebouw dat niet in appartementsrechten is gesplitst. Het splitsen in appartementsrechten op zich rechtvaardigt mijns inziens niet een dergelijke ongelijke behandeling.

Heeft u vragen?

This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Nieuwe rol gemeenten in onderhoud VVE's (deel 2)